**1..** Belangstellenden kunnen in een openbare vergadering van een raadscommissie het woord voeren over een onderwerp dat tot het werkterrein van de raadscommissie behoort.
**2..** Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam en adres en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
**3..** Insprekers worden door de voorzitter in de gelegenheid gesteld het woord te voeren vóór de behandeling van het betreffende agendapunt of indien het een onderwerp betreft dat niet op de agenda staat in het begin van de vergadering.
**4..** De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
**5..** Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
**6..** Insprekers dienen hun vragen, opmerkingen e.d. zakelijk en beknopt weer te geven. Na het inspreken neemt de raadscommissie het betreffende onderwerp in behandeling.
**7..** Insprekers hebben het recht mee te discussiëren over het betreffende agendapunt. De voorzitter kan op enig moment de beraadslaging beperken tot de reguliere deelnemers van de raadscommissie (commissieleden, collegeleden, ambtenaren, deskundigen, etc.). De voorzitter zal daartoe niet eerder besluiten dan nadat insprekers voldoende gelegenheid hebben gehad tot meediscussiëren.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 18.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissie van de gemeente Winterswijk (2016)