Het college kan besluiten van gehele of gedeeltelijke terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, met uitzondering van de gevallen waarbij de vordering door fraude is ontstaan, indien de belanghebbende:
gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en ten minste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of
gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald en ten minste 75% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of
gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
een bedrag, overeenkomend met ten minste 60% van de restsom in één keer aflost;
door het aanvaarden van regulier werk meer dan 6 maanden onafhankelijk wordt van de uitkering;
naar het oordeel van het college op grond van dringende redenen voor kwijtschelding in aanmerking komt.
Hoofdstuk Kwijtschelding
Artikel 7.
Kwijtschelding na het voldoen aan de betalingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering IOAW en IOAZ Breda 2012