**1..** Het salaris van de medewerker wordt, bij een vastgestelde beoordeling ‘op niveau’ of ‘boven niveau’ binnen de voor hem geldende salarisschaal jaarlijks periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag. Dit geldt niet voor de medewerker die het maximum van de voor hem geldende schaal heeft bereikt. Gebleken functioneren ‘op niveau’ en ‘boven niveau’ wordt bepaald aan de hand van de personeelbeoordeling.
**2..** De salarisverhoging wordt toegekend voor de eerste maal met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de aanstelling en nadien telkens op 1 januari van het volgende jaar.
**3..** Het tijdstip waarop ingevolge lid 2 van dit artikel voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat.
**4..** In afwijking van het gestelde in lid 2 vindt bij indiensttreding of bevordering op of na 1 oktober, per 1 januari daaropvolgend geen periodieke verhoging plaats.
**5..** De diensttijd die als medewerker in tijdelijke dienst wordt doorgebracht en die onmiddellijk gevolgd wordt door een aanstelling of arbeidsovereenkomst, komt in aanmerking voor een beoordeling en de daaruit voortvloeiende salarisconsequentie als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
**6..** Als er in een betreffend jaar niet meer dan drie vierde van het aantal maanden aaneengesloten voor 50% of meer van de geldende werktijd in functie arbeid is verricht, kan het college bepalen, dat niet kan worden vastgesteld of sprake is van ‘op niveau’ of ‘boven niveau’ functioneren in de zin van lid 1. De volgende tijd kan aangemerkt worden als het niet verrichten van arbeid:
tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, indien het verlof is verleend uitsluitend in het belang van de medewerker, dan wel is verleend onder voorwaarde, dat bedoelde tijd niet zal meetellen voor de vaststelling van de diensttijd;
tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, voor zover deze een tijdvak van een half jaar te boven gaat;
tijd gedurende welke de medewerker in de uitoefening van zijn functie is geschorst:
bij wijze van disciplinaire straf;
van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in bewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis of daarmee gelijk te stellen inrichting;
op grond van het feit, dat een strafrechtelijke vervolging terzake van een misdrijf tegen hem is ingesteld, of hem het voornemen tot oplegging van de straf is aangezegd, dan wel hem die straf is opgelegd;
omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde, tenzij het tot schorsen bevoegd gezag het tegendeel bepaalt.
tijd doorgebracht wegens al dan niet verwijtbare arbeidsongeschiktheid.