1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 3. Een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234 van de Gemeentewet moet terstond worden betaald.
Artikel 8
Termijnen van betaling
Onderdeel van nr 04.24 Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010