Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Weigeringgronden

Onderdeel van Beleidsregeling Woon- en leefklimaatregeling shops 2015

1.. De burgemeester weigert een vergunning als bedoeld in artikel 2:36 indien de exploitant of leidinggevende(n) niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt of in enig opzicht van slecht levensgedrag is; 2.. De burgemeester weigert in ieder geval de vergunning op grond van de in artikel 2:36, onder g,van de verordening genoemde weigeringsgrond indien: de inrichting is gelegen binnen een straal van 300 meter van een inrichting behorende tot de categorie smart- en headshops en/of de categorie belshops en internetcafé’s. de inrichting is gelegen binnen een straal van 300 meter van een gedoogde coffeeshop als bedoeld in de nota Coffeeshopbeleid Breda 2013. 3.. De burgemeester weigert in ieder geval de vergunning op grond van de in artikel 2:36, onder d, van de verordening genoemde weigeringsgrond indien: de directe omgeving van de inrichting bestaat uit bebouwing die uitsluitend of in overwegende mate is bestemd voor bewoning; het een tussen woonwijken gelegen winkelgebied van geringe omvang betreft. Hiertoe worden in ieder geval gerekend de winkelstrips in de navolgende straten: Charleroistraat; Brabantplein; Hooghout, Epelenberg, Hoogeind, Lage Kant; Planciusplein, Dr. Struyckenplein; Mgr. Nolensplein; Belcrumweg, Speelhuislaan, Oude Terheijdenseweg; Stationsplein, Willemstraat Baliëndijk, Zusterveld, Abdijstraat. 4.. De burgemeester weigert een vergunning op basis van de in artikel 2:36, eerste lid, sub h, van de verordening genoemde weigeringgrond indien binnen een straal van 250 meter van de inrichting een school of jongerencentrum is gevestigd. 5.. De burgemeester weigert de vergunning indien het aantal inrichtingen als bedoeld in artikel 2:33, tweede lid, wordt overschreden. 6.. Met toepassing van de onder 2:36 van de verordening genoemde weigeringgronden houdt de burgemeester verder rekening met: het karakter van de straat en de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; de aard van de inrichting; de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting; de concentratie van de inrichtingen in een bepaald gebied; de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant of beheerder van de inrichting in deze of andere inrichtingen; de wijze van exploitatie van de inrichting in het verleden, voor zover de exploitant en beheerder onveranderd is gebleven;

Rechtspraak bij dit artikel