Een rolstoel wordt verstrekt indien er een noodzaak is voor langdurig, permanent zittend verplaatsen.
4.3.1 Algemeen gebruikelijk
Er zijn diverse hulpmiddelen die de cliënt behulpzaam kunnen zijn bij het zich verplaatsen in of om de woning. Hierbij valt te denken aan een wandelstok, looprek of een rollator. Deze voorzieningen zijn vooreen ieder algemeen gebruikelijk.
4.3.2 Algemene voorzieningen
Als incidenteel oftijdelijk een rolstoel nodig is, is het mogelijk een rolstoel te huren oflenen bij bijvoorbeeld een thuiszorgwinkel. Daarnaast kan gebruik wordengemaakt van een rolstoelpool als algemene voorziening. In de vier grote dorpen Lienden, Maurik, Beusichem en Buren is een rolstoelpool ingericht voor alle inwoners van de gemeente.
4.3.3 Afbakening met Wlz
Als een cliënt een Wlz-indicatie heeft, maar nog thuis woont, dan is de gemeente verantwoordelijk voor het verstrekken van een rolstoel. Verblijft de cliënt in een instelling, maar is er geen sprake van ‘behandeling’, dan kan cliënt ook aanspraak maken op een rolstoel op grond van de Wmo ter verbetering van hun mobiliteit. Het feit dat cliënt wel een indicatie heeft voor verblijf met behandeling doet daaraan niet af. De gemeente blijft verantwoordelijk, omdat de behandeling niet verzilverd wordt.
4.3.4 Sportvoorziening
Onder de vorige wetgeving kon een sportvoorziening worden verstrekt. Onder de Wmo 2015 gaat het om zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Wanneer alleen het beoefenen van sport leidt tot maatschappelijke participatie, zou een sportvoorziening verstrekt kunnen worden. Uitgangspunt hierbij is dat men in principe zelf verantwoordelijk is voor de aanschaf van zaken die nodig zijn bij sportbeoefening.
Algemeen gebruikelijk zijn de kosten van reguliere sportbeoefening:
lidmaatschap van een sportvereniging oftoegangskaart voor bijvoorbeeld een zwembad;
reiskosten naar de sportvereniging en wedstrijden;
sportkleding.
Omdat de sportvoorziening moet bijdragenaan zijn zelfredzaamheid en participatie, kan een sportvoorziening alleen worden verstrekt als de sport regelmatig wordt beoefend en in verenigingsverband. Voor sporten die slechts incidenteel worden beoefend, zoals skiën en snowboarden tijdens vakanties, is geen sportvoorziening mogelijk.
De sportvoorziening wordt in principe verstrekt in de vorm van een pgb en wordt maximaal eens in de 3 jaar verstrekt voor de aanschaf, het onderhoud en reparaties van de voorziening. Met het pgb kan de cliënt voorzien in de meerkosten van de sportbeoefening die hij heeft ten opzichte van een persoonzonder beperkingen. Bijvoorbeeld doordathij een sportrolstoel nodig heeft, een eigen aangepast paardrijzadel of een prothese voor atletiek. Ook kunnen met het pgb aanpassingen aan reguliere sportvoorzieningen worden betaald.
De cliënt maakt in zijn zorg- en budgetplan aantoonbaar wat de meerkosten voor hem zijn. Indien de cliënt niet in staat is een sportvoorziening, zoals een sportrolstoel, zelf aan te schaffen, kan hij hierbij wordenondersteund vanuit de gemeente.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Maatwerkvoorziening voor rolstoelen
Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen WMO gemeente Buren 2016