Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Onderzoek

Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente Buren 2017

Nadat is vastgesteld dat er sprake is van een melding in de zin van de Wmo 2015, start de medewerker die de melding in behandeling neemt, een onderzoek. Een onafhankelijk medisch advies, als ook het aanvragen van een offerte van de beoogde oplossing, kan onderdeel uitmaken van het onderzoek. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat niet alle onderdelen uit het onderzoek uitgevoerd hoeven te worden. Als de cliënt tijdens het onderzoek te kennen geeft dat hij met de aangereikte mogelijkheden uit de voeten kan of geen aanvraag voor een maatwerkvoorziening zal doen, kan het onderzoek als afgerond worden beschouwd. Indien de melding niet door de cliënt zelf is gedaan, wordt degenedie de melding heeft gedaan zoveel mogelijk betrokken bij het onderzoek. 2.2.1 Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt De behoeften en voorkeuren van de cliënt spelen op een aantal manieren een rol: Wat is de achtergrond van zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning? wat zijn de behoeften van de cliënt bij het zoeken naar een oplossing? Daarnaast worden de persoonskenmerken van de cliënt bekeken: om wat voor soort cliënt gaathet? Relevante persoonskenmerken kunnen,afhankelijk van de belemmeringen die de persoon aandraagt, bijvoorbeeld zijn: de leeftijd; de gezondheidssituatie; de mate waarin een persoon actief is geweest voordat hij geconfronteerd werd met zijn beperkingen; de zelfstandigheid en leerbaarheid van de cliënt. 2.2.2 Mogelijkheden eigen kracht en gebruikelijke hulp Vervolgens brengen wij in kaart wat binnen het vermogen van de cliënt ligt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie te komen. Kan de cliënt bijvoorbeeld door het doen van vrijwilligerswerk wat doen aan zijn participatieprobleem? Kan hij meedoen aan activiteiten in bijvoorbeeld het Huis van de Buurt, om de dag zinvol in te vullen en andere mensen te ontmoeten. Is hij in staat de boodschappenservice te gebruiken voor zijn boodschappen? Kan de cliënt verhuizen naar een meer geschikte woning, zodat hij makkelijker uit de voeten kan in zijn woning, maar ook minder problemen heeft om de deur uit te gaan?Kan de cliënt met wat simpele hulpmiddelen, verkrijgbaar in bijvoorbeeld de bouwmarkt, een winkel voor huishoudelijke artikelen ofeen zelfzorgwinkel, zijn belemmeringen oplossen? Biedteen fiets met trapondersteuning een oplossing voorzijn vervoersprobleem? Met andere woorden: in hoeverre kan de cliënt zijn eigen kracht aanspreken, al dan niet door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke voorzieningen? Bij gebruikelijke hulp gaat het om de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. De wet staat niet toe dat slechts op basis van inkomen ondersteuning wordt verleend of geweigerd. Tegelijkertijd biedt het beschikken over financiële middelen de mogelijkheid in eigen oplossingen te voorzien. Tijdens het onderzoek bespreken we deze mogelijkheden en informeren wij de inwoner over het betalen van een eigen bijdrage indien de beoogde oplossing door de gemeente geregeld moet worden. 2.2.3 Mogelijkheden mantelzorg en sociaal netwerk Als sprake is van bijvoorbeeld een probleem bij het vervoer of bij het doen van het huishouden,kan ook mantelzorg en de inzet van het sociaal netwerk (inclusief eventuele vrijwilligers in de wijk) een rol spelen bij de oplossing van de belemmeringen van de cliënt. Daarom onderzoeken wij in hoeverre de cliënt beschikt over een sociaal netwerk, of er al mantelzorg aanwezig is of dat mantelzorg mogelijk een optie kan zijn. 2.2.4 Mogelijkheden algemene voorzieningen of maatschappelijk nuttige activiteiten We bespreken vervolgens met belanghebbende welke mogelijkhedener zijn ten aanzienvan het gebruik van algemene voorzieningen. Te denken valthierbij aan het openbaar vervoer en de buurtbus bij mobiliteitsproblemen, de inloop voor mensen met een psychiatrische achtergrond of ernstige psychosociale problemen (in Tiel), creatieve middagen in het Huis van de Buurt of dorpshuizen, gezamenlijke maaltijden. Ook bespreken wij of het doen van maatschappelijk nuttige activiteiten een oplossing kan zijn voor bijvoorbeeld belemmeringen ten aanzien van de participatie. 2.2.5 Samenhang in ondersteuning Tijdens het gesprek hebben we aandacht voor het complete pallet aan oplossingen die bijdragen aan het beantwoorden van de hulpvraag. Te denken valt aan ondersteuning ten laste van de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet of op grond van de Participatiewet of Jeugdwet. Op deze wijze kan, als ondersteuning vanuit de Wmo 2015 nodig blijkt, samenhang worden geboden in het totaalpakket van ondersteuning dat de cliënt ontvangt. 2.2.6 Bijdragein de kosten We informeren de cliënt over de eventuele financiële bijdrage die hij is verschuldigd als er gebruik wordt gemaakt van een ondersteuningsaanbod van de gemeente. Aangezien de vaststelling van de hoogte van de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening niet tot de bevoegdheid behoort van het college, maar van het Centraal Administratiekantoor (CAK), kan de medewerker ten aanzien hiervan slechts globaal en onder voorbehoud informatie verstrekken en verder verwijzen naar (de website van) het CAK. We vertellen voor welke voorzieningen er een eigen bijdrage verschuldigd is, wat de verwachtte kostprijs van de voorziening is op basis waarvan de eigen bijdrage berekend wordt, en waar de hoogte van de eigen bijdrage verder van afhankelijk is. Ook als er een andersoortige bijdrage dan een eigen bijdrage wordt gevraagd, zoals bijvoorbeeld voor het collectief aanvullend vervoer, wordt dit aan de cliënt verteld. 2.2.7 Keuze voor maatwerkvoorziening ofeen persoonsgebonden budget We informeren de cliënt over de mogelijkheid om, als er aanspraak is op een maatwerkvoorziening, in plaats daarvan een persoonsgebondenbudget (pgb) te ontvangen. Daarbij wijzen wij de cliënt op de voorwaardenom voor een pgb in aanmerking te komen, alsmede de rechten en plichten die hieraan zijn verbonden. De medewerker informeert de cliënt over het format waaraan het budgetplan moet voldoen. Daarnaast informeert de medewerker de cliënt op zijn verzoek over de maximale budgetten die voor de ondersteuning waarvoor hij een pgb wil aanvragen van toepassing zijn, alsmede de eisen die worden gesteld aan formele en informele ondersteuning. De medewerker onderzoekt daarnaast of decliënt zal kunnenvoldoen aan de eisen die de wetgever of de gemeente aan de ondersteuning met een pgb stellen. Bij voorkeur stelt de cliënt het budgetplan op tijdens de onderzoeksfase, zodat de medewerker Wmo deze nog kan bespreken en de cliënt zo nodig nog wijzigingen kan aanbrengen. Het meer definitieve budgetplan kan dan worden meegenomen in het verslag. Daarnaast informeert de medewerker de cliënt, indien van toepassing, welke aanbieders van ondersteuning voor hem in het gebied waar hij woont beschikbaar zijn.

Rechtspraak bij dit artikel