Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Maatwerk sociaal recreatief vervoer

Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente Buren 2017

Het zich kunnen verplaatsen is van belang bij zelfstandige maatschappelijke participatie. De bijdrage van de gemeente beperkt zich tot het verplaatsen per vervoermiddel in de eigen woon- en leefomgeving. Het gaat om lokaal verplaatsen, waarbij gedacht moet worden aan verplaatsingen in een straal van 5 zones rondom de woning. Dit komt ongeveer overeen met 15-20 kilometer. Op basis van vaste jurisprudentie wordt uitgegaan van een vervoersbehoefte van 1.500 tot 2.000 km per jaar. Hier kan van worden afgeweken indien het van essentieel belang is voor de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van betrokkene en er geen andere oplossingen beschikbaar zijn. 4.2.1 Algemeen gebruikelijk Algemeen gebruikelijk bij sociaal recreatief vervoer is het vervoer vanthuiswonende kinderen door ouders, of het vervoer van partners. Niet in alle gevallen of op alle momenten kan dergelijke algemeen gebruikelijke ondersteuning worden geboden. Dit betekent dat in zulke situaties aanvullende ondersteuning noodzakelijk kan zijn. Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen zijn bijvoorbeeld (niet limitatief): een fiets, inclusief een fiets met elektrische trapondersteuning, tandem, aankoppelfiets, fietszitje of fietsaanhanger, zijwieltjes aan een fiets; een snorfiets, brommer en scooter; een gesloten brommer zoals de Shuttle ofCharly een vergoeding die iemand betaalt voor het gebruik van het vervoermiddel van een derde; de eigen auto; de kosten van het behalen van een (brommer)rijbewijs; 4.2.2 Voorliggende voorzieningen Vervoer in het kader van traject, werk Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) kan iemand op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) in het kader van zijn werk of opleiding een vervoersvoorziening verstrekken, voor het vervoer tussen werk/scholing en huis. In aanvulling daarop kan het UWV op verzoek ook een vervoersvoorziening verstrekken voor privégebruik, als dit naar het oordeelvan het UWV leidttot verbetering van zijn leefomstandigheden. Er moet dan wel een samenhang zijn met de vervoersvoorziening voor woon-werk/scholingverkeer. Als de vervoersvoorziening op grond van de WIA voor privégebruik niet toereikend wordt gevonden door een persoon, staat het hem vrij om een aanvullende voorziening via de WIA aan te vragen en zo nodig tegen een afwijzend besluit bezwaar en beroep aan te tekenen. Ontvangt een cliënt ondersteuning bij zijn werk in combinatie met een loonkostensubsidie van de gemeente of bij zijn traject naar werk op grond van de Participatiewet, dat kan daarbij ook een vervoersvoorziening naar het werk of het traject behoren. Als een cliënt met succes een beroep kan doen op een vervoersvoorziening via de Participatiewet, is een aanvullende vervoersvoorziening op grond van de Wmo mogelijk voor sociaal-recreatief vervoer. Vervoer in het kader van dagbesteding, Wlz Een maatwerkvoorziening voor vervoer naar de dagbesteding (begeleiding groep)valt niet ondersociaal-recreatief vervoer, maar wordt geïndiceerd in combinatie met de begeleiding groep. Een maatwerkvoorziening voor vervoer voor cliënten die ook aanspraak maken op verblijf in een Wlz-instelling zou in theorie niet op grond van de Wmo verstrekt hoeven te worden. In de wettekst is voor deze groep cliënten op twee onderdelen een uitzondering gemaakt op basis waarvan zij wel in aanmerking komen voor ondersteuning op grond van de Wmo, namelijk voor hulpmiddelen en woningaanpassingen. Sociaal recreatief vervoer valt hier niet onder. Om te voorkomen dat deze groep mensen tussen wal en schip dreigen te raken, zou op grond van een noodzakelijke vervoersbehoefte alsnog besloten kunnen worden tot het verstrekken van vervoer. Vervoer in het kader van ziekenhuis, behandeling Onder bepaalde voorwaarden kan een cliënt via de zorgverzekering in aanmerking komen voor zogenaamd ‘zittend ziekenvervoer’. Dit is ziekenvervoer per auto, taxi, of met het openbaar vervoer in de 2e klasse van en naar een zorgaanbieder, instelling of woning. Vervoer met de ambulance valt niet onder zittend ziekenvervoer. 4.2.3 Kaders maatwerkvoorziening voorsociaal recreatief vervoer Een voorziening voor sociaal recreatief vervoer kan worden geïndiceerd als een cliënt belemmerd wordt in het zich lokaal verplaatsen omdat hij als gevolg van zijn beperkingen: belemmeringen ondervindt in het gebruik van het reguliere openbaar vervoer - niet kunnen bereiken van het openbaar vervoer, omdat de loopafstand van cliënt beperkt is tot maximaal 800 meter. - openbaar vervoer is niet toegankelijk - niet in staat te wachten - er sprake is van incontinentieproblemen van ontlasting, ernstige gedragsproblemen, allergieën of overgevoeligheid voor ziekteverwekkers; en/of de aanwezige algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals fiets, auto, of het reguliere openbaar vervoer in verband met zijn vervoersbehoefte geen of onvoldoende oplossing biedt in verband metzijn beperkingen; en/of in de vervoersbehoefte niet ofniet volledig kan worden voorzien met algemeen gebruikelijke ondersteuning; en Het vervoersprobleem moet tot gevolg hebbendat de cliënt hierdoor niet op een aanvaardbaar niveau zelfredzaam kan zijn of kan participeren. Er kan hierbij sprakezijn van: een belemmering bij het voeren van een huishouding, omdat de persoon niet in staat is om bijvoorbeeld boodschappen te doen of om zijn kind naar school te brengen en er geen adequate alternatieven zijn; het niet kunnenbereiken van de voorzieningen inzijn directe leefomgeving. Hetgaat daarbij om een winkelcentrum, een NS-station, het ziekenhuis, de huisarts, de tandarts; of belemmeringen om andere mensen te ontmoeten en sociale verbanden aan te gaan, omdat hij zich bijvoorbeeld niet kan verplaatsen naar een buurthuis, het sportcomplex, de vereniging, het zwembad of zijn familie en vrienden of niet de gelegenheid heeft een praatje te maken op straat. 4.2.4 Selectie maatwerk vervoervoorzieningen Collectief vraagafhankelijk vervoer:Regiotaxi Regiotaxi is een collectief vervoerssysteem met (rolstoel)busjes en taxi’s dat vervoer van deur tot deur biedt voor mensen met een beperking. Belanghebbende kan een loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen in het vervoer. Ook kan een medereiziger (tegen een hoger tarief) of een begeleider (gratis, mits medisch gezien noodzakelijk) meereizen. Voor medisch noodzakelijke begeleiding moet een indicatie worden gesteld. Als men medisch noodzakelijk begeleid moet worden, mag de belanghebbende niet meer zonder begeleiding reizen. Als een cliënt door zijn beperkingen isaangewezen op vervoer per taxi, kan bij de aanmelding voor Regiotaxi aangegeven worden dat het vervoer met een individuele taxi moet plaatsvinden. Er wordt geen onbeperkte kosteloze vervoermogelijkheid aangeboden. Net als voor personen zonder beperkingen geldt, dient men voor het vervoer een bijdrage te betalen al dan niet in de vorm van een tarief. Vervoer per eigen vervoermiddel Een maatwerkvoorziening voor vervoer per eigen vervoermiddel kan betrekking hebben op: een met spierkracht voortbewogen vervoermiddel; - de aanpassing van of  een aangepaste versie van een aankoppelfiets, fietsaanhanger of fietszitje ten behoeve van een kind met een beperking; - plaatsing van zijwielen, aanpassing van het stuur, een speciaal zadel; - de verstrekking van een aangepaste fiets, rolstoelfiets of handbike - de verstrekking van een fiets met trapondersteuning aan een kind, jonger dan 16jaar. een open of gesloten gehandicaptenvoertuig; Bij een open gehandicaptenvoertuig kan het gaan om bijvoorbeeld een scootmobiel, een Pendel of driewielbromscooter. Bij een gesloten gehandicaptenvoertuig gaat het om bijvoorbeeld een overdekte scootmobiel, een Canta, Shuttle of Charly. Een gesloten gehandicaptenvoertuig is slechts aan de orde als een persoon voor de korte of middellange afstanden aangewezen is op gesloten vervoer en de cliënt met Regiotaxi onvoldoende wordt gecompenseerd. Voor het gebruik van een open gehandicaptenvoertuig moet een adequate stallingruimte aanwezig zijn. Dat wil zeggen dat het voertuig droog staat in een afgesloten ruimte. Dat kan een afgesloten eigen ruimte zijn, zoals een tuinof schuur. Anderzijds kan het ook gaan om een hal of parkeergarage in een appartementencomplex. Voorwaardehierbij is dat de stalling van de scootmobiel de veiligheid in het complex niet ingevaar brengt. Zo nodig kanvoor de stalling van het voertuig een maatwerk woonvoorziening worden geïndiceerd. Daarnaast zal de cliënt moeten beschikken over de rijgeschiktheid en rijvaardigheid als beginnend bestuurder. Eventueel kan de cliënt inaanmerking komen voor aanvullende lessen voor het op een aanvaardbaar niveau brengenvan de rijgeschiktheid en rijvaardigheid. Als blijkt dat een cliënt desondanks onvoldoende rijgeschikt en rijvaardig blijft, kan een gehandicaptenvoertuig niet worden geïndiceerd. een al dan niet aangepaste personenauto;Als Vervoer op Maat of een combinatie van vervoervoorzieningen geen adequate oplossing biedtvoor het vervoersprobleem en in de vastgestelde vervoersbehoefte alleen door middel vaneen eigen personenauto (of brommobiel) kan worden voorzien, kan een maatwerkvoorziening hiervoor aan de orde zijn als de cliënt heeft aangetoond dat de personenauto of brommobiel in zijn situatie niet algemeen gebruikelijk is.De cliënt moet dan wel beschikken over de rijgeschiktheid en rijvaardigheid voor een dergelijk vervoermiddel en beschikken over een geldig rijbewijs. Voor een brommobiel is dat een geldig bromfietsrijbewijs. aanpassingen aan de personenauto. Als vervoer per personenauto voor een cliënt noodzakelijk is, kan hij eveneensin aanmerking komen voor aanpassing van de personenauto. De aanpassing van een auto is niet algemeen gebruikelijk. De autoaanpassing kan bestaan uit een volledige vergoeding voor de aanpassing van de eigen personenauto, mits de personenauto nog geen 5 jaar oud is. In sommige gevallen is ook bij een oudere auto een aanpassing mogelijk, afhankelijk van de soort aanpassing, de meeneembaarheid daarvan en de kilometerstand (uitgangspunt is dat boven een kilometerstand van 80.000 km geen aanpassing wordt gedaan); Een vervoervoorziening in de vorm van een autoaanpassing is maximaal één maal per zeven jaar mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel