Naar hoofdinhoud
1.. Indien de houder een aanwijzing onderscheidenlijk een bevel als bedoeld in artikel 1.65 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of een vordering tot medewerking als bedoeld in artikel 5:20 Algemene wet bestuursrecht niet nakomt dan wel handelt in strijd met een verbod krachtens artikel 1.66 van voormelde wet kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 45.000,-. 2.. Bij een bestraffend traject bestraffen we de overtreding. Het gaat hierbij niet om het herstel van de overtreding. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen is de bestuurlijke boete (artikel 1.72, eerste lid en 2.28, eerste lid, van de Wko). 3.. Bij het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete spelen prioriteit van de overtreding, het verloop van het hersteltraject en de handhavingsgeschiedenis een rol. Het college legt in beginsel een bestuurlijke boete op voor alle overtredingen in de categorie ‘hoog’ en voor een overtreding van een norm zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder ‘overige’ overtredingen. In overige gevallen kan het college een bestuurlijke boete opleggen. 4.. Een bestuurlijke boete kan separaat aan een hersteltraject worden opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel