Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5.1

Voorwaarden en verplichtingen voor het PGB

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Krimpenerwaard 2015

1.. De voorziening moet kwalitatief volwaardig zijn. Eventuele meerkosten worden door de cliënt gedragen. 2.. In geval van het leveren van de voorziening ‘begeleiding’ dient met de cliënt en zorgverlener een ‘persoonlijk ontwikkelplan’ opgesteld te worden waarin de doelen staan vermeld en jaarlijks de resultaten worden opgenomen. De cliënt dient dit (jaarlijks bijgestelde) plan op verzoek van de gemeente te kunnen overleggen. 3.. In het geval van een rolstoel of vervoersvoorziening dient deze te voldoen aan de eisen van Revakeur of een gelijkwaardig keurmerk. 4.. De budgethouder sluit een schriftelijke overeenkomst met de zorgverlener die de hulp bij het huishouden levert. In deze overeenkomst worden tenminste de volgende afspraken opgenomen: NAW gegevens van de cliënt inclusief het burgerservicenummer, een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren. De overeenkomst wordt door de cliënt en de zorgverlener ondertekend. Als de overeenkomst is gesloten met een instantie: het btw nummer van de instantie, een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren en de naam en het adres van de instantie. De overeenkomst wordt door de cliënt en de instantie ondertekend. 5.. De eisen die gesteld worden aan een zorgverlener die niet verbonden is aan een professionele organisatie zijn: De zorgverlener dient een verklaring omtrent gedrag (VOG) te overleggen waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van zijn functie. De zorgverlener dient een ingezetene van Nederland te zijn en te beschikken over een Burgerservicenummer. De zorgverlener die als zelfstandige professional (ZZP’er) de zorg verleent, dient ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel.

Rechtspraak bij dit artikel