Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.7

Bouwplicht

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden gemeente Peel en Maas

1.. Binnen twee jaar na datum van het verlijden van de akte van vestiging of indien de erfpachtzaak vervroegd in gebruik is genomen vanaf die datum, moet de op de erfpachtzaak te stichten bebouwing voltooid en gebruiksklaar zijn overeenkomstig het door de gemeente, goedgekeurde bouwplan. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan deze termijn op basis van een door erfpachter tijdig schriftelijk ingediend en gemotiveerd verzoek door burgemeester en wethouders worden verlengd. Aan deze verlenging kunnen (financiële)voorwaarden worden verbonden. 2.. Zolang niet is voldaan aan de in lid 1 vermelde verplichting mag erfpachter het recht van erfpacht niet zonder schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders in eigendom of economische eigendom overdragen, met beperkte rechten bezwaren, verhuren of verpachten. Op basis van een door de erfpachter schriftelijk ingediend en gemotiveerd verzoek kan toestemming tot vervreemding door burgemeester en wethouders worden verleend. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Voor vestiging van het recht van hypotheek is geen toestemming nodig. 3.. Het bepaalde in lid 2 is niet van toepassing in geval van: overlijden van erfpachter; verkoop op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 BW; executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers als bedoeld in artikel 3:268 BW. 4.. De in lid 2 bedoelde toestemming wordt geacht te zijn verleend als de overdracht van het recht van erfpacht geschiedt ter uitvoering van een tussen de in de erfpachtovereenkomst genoemde erfpachter en (een) derde(n) gesloten koop-/aannemingsovereenkomst, waarbij genoemde erfpachter zich tegenover die derde(n) verplicht de in de koopovereenkomst genoemde en in de daarbij behorende tekening nader gedetailleerde opstallen, te bouwen. 5.. Het in lid 4 gestelde geldt uitsluitend voor de in de koopovereenkomst genoemde erfpachter(s) en gaat niet over op diens rechtsopvolgers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel