Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HELDER 2016

Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wmo, Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Algemeen gebruikelijke voorzieningen Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn in principe voor iedereen beschikbaar, of mensen nu wel ofgeen beperking hebben. Wat in een concrete situatie algemeen gebruikelijk is, hangt vaak af van degeldende maatschappelijke normen op het moment van de aanvraag. Algemeen gebruikelijkevoorzieningen hoeven niet vanuit de Wmo te worden verstrekt. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze: niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, én; in de reguliere handel verkrijgbaar is, én in prijs vergelijkbaar is met soortgelijke producten. Heel duidelijk zijn deze criteria niet. De jurisprudentie verwoordt het zo: “Een voorziening waarvan aannemelijk is te achten dat belanghebbende daarover ook zou hebben beschikt als hij niet gehandicapt was”.(3) Algemeen voorzieningen De definitie van een algemene voorziening in de Wmo 2015 luidt: “Een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften,persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning”. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen voorzieningen in de markt, waarmee degemeente geen bemoeienis heeft en voorzieningen die geheel of gedeeltelijk door de gemeente worden bekostigd. Deze voorzieningen zijn voorliggend aan de maatwerkvoorziening. De zin ”zonder voorafgaand onderzoek toegankelijk” moet wel in de context worden bekeken. Hetbetekent in dit verband dat de gemeente voor deze voorziening geen beschikking afgeeft (4). De voorziening in kwestie kan wel een toegangstoets doen of iemand tot de doelgroep van devoorziening behoort. De Wmo 2015 biedt gemeenten meer mogelijkheden om voor voorzieningen te verwijzen naar gesubsidieerde of commerciële algemene voorzieningen Begeleiding De definitie van begeleiding in de Wmo 2015 luidt: “Activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven. Cliëntondersteuning(5) De definitie van cliëntondersteuning in de Wmo 2015 luidt: “Onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen”. Gebruikelijke hulp De definitie van gebruikelijke hulp in de Wmo 2015 luidt: “Hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten”. Goedkoopst adequaat De gemeente mag de voorziening die het goedkoopst adequaat is inzetten. Dit begrip betekent zoveel als dat de voorziening doelmatig moet zijn. Het begrip heeft zowel betrekking op een voorziening in natura als op een persoonsgebonden budget (pgb). .Maatwerkvoorzieningen Het verschil tussen maatwerkvoorzieningen en individuele voorzieningen wordt als volgt uitgelegd in de Wmo 2015: “Het begrip ‘maatwerkvoorziening’ duidt beter dan het voorheen gebruikte begrip ‘individuelevoorziening’ aan dat het niet gaat om één of meer concrete en herhaalbaar in te zetten aanbod van activiteiten en voorzieningen, maar op een op maat van de persoon gesneden afgestemd geheel vanmaatregelen”. Een maatwerkvoorziening is dus een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten (waaronder begeleiding), hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen ten behoeve van: zelfredzaamheid en participatie beschermd wonen en opvang. Ad A. Zelfredzaamheid en participatie De gemeente beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter ondersteuning van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met behulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. Te bereiken resultaat De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie om zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven. Ad B. Beschermd wonen en opvang De gemeente beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter ondersteuning van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten (al dan niet in verband met risico’s voor veiligheid) voor zover de cliënt deze problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met behulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. Te bereiken resultaat De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Mantelzorg en bovengebruikelijke zorg De definitie van mantelzorg in de Wmo 2015 luidt: “Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang, jeugdhulp, hetopvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zvw die rechtstreeks voortvloeien uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend inhet kader van hulpverlenend beroep”. Onder sociale netwerk in het kader van de bestaande sociale relaties wordt verstaan: “Personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt”. Mantelzorg overstijgt gewoonlijk de gebruikelijke zorg en wordt bovengebruikelijke zorg genoemd. In de Wmo 2015 blijft mantelzorg in principe vrijwillig. Wel krijgt de gemeente de opdracht om eerst na te gaan of het probleem van de cliënt met inzet van eigen netwerk kan worden opgelost. Dat zou kunnen inhouden dat met het eigen sociaal netwerk of de mantelzorger wordt afgesproken dat deze bovengebruikelijke zorg levert.(6) Bij deze afweging dient de gemeente de belangen en de draagkracht van de mantelzorger mee te wegen. Inzet van respijtzorg kan de draagkracht van de mantelzorger versterken. Een mantelzorger heeft onder de Wmo 2015 geen zelfstandig recht op een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening wordt altijd toegekend aan degene met de beperking. Wel krijgt de gemeente de opdracht de mantelzorger(s) te betrekken bij het gesprek en na te gaan of behoefte bestaat aan ondersteuning vanuit algemene voorzieningen. Participatie Op grond van de Wmo 2015 gaat het bij participatie om het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer. Dit wil zeggen dat iemand, ondanks zijn lichamelijke of geestelijke beperkingen, op gelijke voet met anderen in redelijke mate mensen kan ontmoeten, contacten kan onderhouden, boodschappen kan doen en aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen. Daarvoor is het ook een vereiste dat hij zich kan verplaatsen Persoonsgebonden budget De definitie van persoonsgebonden budget in de Wmo 2015 luidt: “Een bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken”. Spoedeisend geval De definitie van spoedeisend geval in de Wmo 2015 luidt : “Een situatie waarin terstond opvang noodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld”. .Vertegenwoordiger De definitie van vertegenwoordiger in de Wmo 2015 luidt: “Een persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake”. Voorzienbaarheid In de jurisprudentie is over dit begrip nog geen volledige duidelijkheid. Het begrip is vooral van toepassing op ouderen die een Wmo-voorziening aanvragen. Bij het ouder worden mag van mensen gevraagd worden dat zij anticiperen op beperkingen die te maken hebben met ouderdom en daarvoor reserveren. Daarnaast wordt verwacht van senioren of personen met een chronisch of zelfs progressief ziektebeeld dat zij anticiperen op de toekomst. Zelfredzaamheid De definitie van zelfredzaamheid in de Wmo 2015 luidt: “In staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden”. Bij de beoordeling in hoeverre iemand zelfredzaam is op het gebied van de algemene dagelijkse levensverrichtingen wordt nadrukkelijk gekeken naar: het bieden van ondersteuning bij het laten uitvoeren van deze handelingen door de cliënt zelf. Ondersteuning met het oog op het voeren van een gestructureerd huishouden omvat bijvoorbeeld hulp bij contacten met officiële instanties, hulp bij het aanbrengen van structuur in het huishouden, hulp bij het leren om zelfstandig te wonen, hulp bij het omgaan met onverwachte gebeurtenissen die de dagelijkse structuur doorbreken. (3) Zie o.a. CRvB 14-07-2010, nr. 09/562 (4) Het verwijzen van cliënten naar een algemene voorzieningof het geven van inzicht dat zij bepaalde zaken wellicht ook zelf zouden kunnen doen of regelen, is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Van een besluit is pas sprake nadat een aanvraag is ingediend en daarop is beslist. (5) De gemeente Den Helder heeft een overeenkomst met MEE aangaande cliëntenondersteuning. daarnaast zijn er diverse andere aanbieders die een vorm van cliëntondersteuning bieden in de gemeente Den Helder (Stichting Mantelzorgorganisatie, De Wering etc.). (6) Het Rijk heeft in het kader van de AWBZ richtlijnen ontwikkeld voor gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp. Gekozen is om deze richtlijnen niet op te nemen in de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2016, omdat dit niet aansluit bij de Kantelingsgedachte.

Rechtspraak bij dit artikel