Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet
nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wmo,
Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de
Gemeentewet.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn in principe
voor iedereen beschikbaar, of mensen nu wel ofgeen
beperking hebben. Wat in een concrete situatie algemeen
gebruikelijk is, hangt vaak af van degeldende
maatschappelijke normen op het moment van de aanvraag.
Algemeen gebruikelijkevoorzieningen hoeven niet vanuit
de Wmo te worden verstrekt.
Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze:
niet speciaal bedoeld is voor mensen met een
beperking, én;
in de reguliere handel verkrijgbaar is, én
in prijs vergelijkbaar is met soortgelijke
producten.
Heel duidelijk zijn deze criteria niet. De
jurisprudentie verwoordt het zo:
“Een voorziening waarvan aannemelijk is te
achten dat belanghebbende daarover ook zou
hebben
beschikt als hij niet gehandicapt
was”.(3)
Algemeen voorzieningen
De definitie van een algemene voorziening in de Wmo 2015
luidt:
“Een aanbod van
diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand
onderzoek naar de behoeften,persoonskenmerken en
mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en
dat is gericht op maatschappelijke
ondersteuning”.
Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen
voorzieningen in de markt, waarmee degemeente geen
bemoeienis heeft en voorzieningen die geheel of
gedeeltelijk door de gemeente
worden bekostigd. Deze voorzieningen zijn voorliggend
aan de maatwerkvoorziening.
De zin ”zonder voorafgaand onderzoek toegankelijk” moet
wel in de context worden bekeken. Hetbetekent in dit
verband dat de gemeente voor deze voorziening geen
beschikking afgeeft (4). De
voorziening in kwestie kan wel een toegangstoets doen of
iemand tot de doelgroep van devoorziening behoort. De
Wmo 2015 biedt gemeenten meer mogelijkheden om voor
voorzieningen te verwijzen naar gesubsidieerde of
commerciële algemene voorzieningen
Begeleiding
De definitie van begeleiding in de Wmo 2015 luidt:
“Activiteiten gericht op het bevorderen van
zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat
hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan
blijven.
Cliëntondersteuning(5)
De definitie van cliëntondersteuning in de Wmo 2015
luidt:
“Onafhankelijke ondersteuning met informatie,
advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan
het versterken van de zelfredzaamheid en
participatie en het verkrijgen van een zo integraal
mogelijke dienstverlening op het gebied van
maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg,
zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en
inkomen”.
Gebruikelijke hulp
De definitie van gebruikelijke hulp in de Wmo 2015
luidt:
“Hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen
in redelijkheid mag worden verwacht van de
echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere
huisgenoten”.
Goedkoopst adequaat
De gemeente mag de voorziening die het goedkoopst
adequaat is inzetten. Dit begrip betekent zoveel als dat
de voorziening doelmatig moet zijn. Het begrip heeft
zowel betrekking op een voorziening in natura als op een
persoonsgebonden budget (pgb).
.Maatwerkvoorzieningen
Het verschil tussen maatwerkvoorzieningen en individuele
voorzieningen wordt als volgt uitgelegd in de Wmo
2015:
“Het begrip ‘maatwerkvoorziening’ duidt beter
dan het voorheen gebruikte begrip
‘individuelevoorziening’ aan dat het niet gaat om
één of meer concrete en herhaalbaar in te zetten
aanbod van
activiteiten en voorzieningen, maar op een op
maat van de persoon gesneden afgestemd geheel
vanmaatregelen”.
Een maatwerkvoorziening is dus een op de behoeften,
persoonskenmerken en mogelijkheden van
een persoon afgestemd geheel van diensten (waaronder
begeleiding), hulpmiddelen, woningaanpassingen en
andere
maatregelen ten behoeve van:
zelfredzaamheid en participatie
beschermd wonen en opvang.
Ad A. Zelfredzaamheid en participatie
De gemeente beslist tot verstrekking van een
maatwerkvoorziening ter ondersteuning van de beperkingen
in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt
ondervindt, voor zover de cliënt deze
beperkingen niet op eigen kracht, met gebruikelijke
hulp, met mantelzorg of met behulp van andere personen
uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van
algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.
Te bereiken resultaat
De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan
het realiseren van een situatie waarin de cliënt in
staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie
om zo lang mogelijk in de eigen
leefomgeving te kunnen blijven.
Ad B. Beschermd wonen en opvang De gemeente beslist tot
verstrekking van een maatwerkvoorziening ter
ondersteuning van de problemen bij het zich handhaven in
de samenleving van de cliënt met psychische of
psychosociale problemen en de cliënt die de
thuissituatie heeft verlaten (al dan niet in verband met
risico’s voor veiligheid) voor zover de cliënt deze
problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp,
met mantelzorg of met behulp van andere personen uit
zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van
algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.
Te bereiken resultaat
De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan
het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd
wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie
waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel
mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de
samenleving.
Mantelzorg en bovengebruikelijke zorg
De definitie van mantelzorg in de Wmo 2015 luidt:
“Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid,
participatie, beschermd wonen en opvang, jeugdhulp,
hetopvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en
overige diensten als bedoeld in de Zvw
die
rechtstreeks voortvloeien uit een tussen
personen bestaande sociale relatie en niet wordt
verleend inhet kader van hulpverlenend
beroep”.
Onder sociale netwerk in het kader van de bestaande
sociale relaties wordt verstaan:
“Personen uit de huiselijke kring of andere
personen met wie de cliënt een sociale relatie
onderhoudt”.
Mantelzorg overstijgt gewoonlijk de gebruikelijke zorg
en wordt bovengebruikelijke zorg genoemd.
In de Wmo 2015 blijft mantelzorg in principe vrijwillig.
Wel krijgt de gemeente de opdracht om eerst na te gaan
of het probleem van de cliënt met inzet van eigen
netwerk kan worden opgelost. Dat zou kunnen inhouden dat
met het eigen sociaal netwerk of de mantelzorger wordt
afgesproken dat deze bovengebruikelijke zorg levert.(6)
Bij deze afweging dient de gemeente de belangen en de
draagkracht van de mantelzorger mee te wegen. Inzet van
respijtzorg kan de draagkracht van de mantelzorger
versterken. Een mantelzorger heeft onder de Wmo 2015
geen zelfstandig recht op een maatwerkvoorziening. De
maatwerkvoorziening wordt altijd toegekend aan degene
met de beperking. Wel krijgt de gemeente de opdracht de
mantelzorger(s) te betrekken bij het gesprek en na te
gaan of behoefte bestaat aan ondersteuning vanuit
algemene voorzieningen.
Participatie
Op grond van de Wmo 2015 gaat het bij participatie om
het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer. Dit wil
zeggen dat iemand, ondanks zijn lichamelijke of
geestelijke beperkingen, op gelijke voet met anderen in
redelijke mate mensen kan ontmoeten, contacten kan
onderhouden, boodschappen kan doen en aan
maatschappelijke activiteiten kan deelnemen. Daarvoor is
het ook
een vereiste dat hij zich kan verplaatsen
Persoonsgebonden budget
De definitie van persoonsgebonden budget in de Wmo 2015
luidt:
“Een bedrag waaruit namens het college
betalingen worden gedaan voor diensten,
hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere
maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren,
en die een cliënt van derden heeft betrokken”.
Spoedeisend geval
De definitie van spoedeisend geval in de Wmo 2015 luidt
:
“Een situatie waarin terstond opvang
noodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s
voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld”.
.Vertegenwoordiger
De definitie van vertegenwoordiger in de Wmo 2015
luidt:
“Een persoon of rechtspersoon die een cliënt
vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht
tot een redelijke waardering van zijn belangen ter
zake”.
Voorzienbaarheid
In de jurisprudentie is over dit begrip nog geen
volledige duidelijkheid. Het begrip is vooral van
toepassing op ouderen die een Wmo-voorziening aanvragen.
Bij het ouder worden mag van mensen gevraagd worden dat
zij anticiperen op beperkingen die te maken hebben met
ouderdom en daarvoor reserveren. Daarnaast wordt
verwacht van senioren of personen met een chronisch of
zelfs progressief ziektebeeld dat zij anticiperen op de
toekomst.
Zelfredzaamheid
De definitie van zelfredzaamheid in de Wmo 2015
luidt:
“In staat zijn tot het uitvoeren van de
noodzakelijke algemene dagelijkse
levensverrichtingen en het voeren van een
gestructureerd huishouden”.
Bij de beoordeling in hoeverre iemand zelfredzaam is op
het gebied van de algemene dagelijkse
levensverrichtingen wordt nadrukkelijk gekeken naar: het
bieden van ondersteuning bij het laten uitvoeren van
deze handelingen door de cliënt zelf.
Ondersteuning met het oog op het voeren van een
gestructureerd huishouden omvat bijvoorbeeld hulp bij
contacten met officiële instanties, hulp bij het
aanbrengen van structuur in het huishouden, hulp bij het
leren om zelfstandig te wonen, hulp bij het omgaan met
onverwachte gebeurtenissen die de dagelijkse structuur
doorbreken.
(3) Zie o.a. CRvB 14-07-2010, nr. 09/562
(4) Het verwijzen van cliënten naar een algemene voorzieningof
het geven van inzicht dat zij bepaalde zaken wellicht ook zelf
zouden kunnen doen of regelen, is geen besluit in de zin van de
Algemene wet bestuursrecht. Van een besluit is pas sprake nadat een
aanvraag is ingediend en daarop is beslist.
(5) De gemeente Den Helder heeft een overeenkomst met MEE
aangaande cliëntenondersteuning. daarnaast zijn er diverse andere
aanbieders die een vorm van cliëntondersteuning bieden in de
gemeente Den Helder (Stichting Mantelzorgorganisatie, De Wering
etc.).
(6) Het Rijk heeft in het kader van de AWBZ richtlijnen
ontwikkeld voor gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp. Gekozen is
om deze richtlijnen niet op te nemen in de Beleidsregels
maatschappelijke ondersteuning 2016, omdat dit niet aansluit bij de
Kantelingsgedachte.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HELDER 2016