Een inwoner met een beperking kan voor een woningaanpassing in
aanmerking komen indien een verhuizing naar een aangepaste of
makkelijker aan te passen woning niet te realiseren of niet de
goedkoopst adequate oplossing is en ook een algemene voorziening
geen oplossing kan bieden. Hierbij dient de cliënt van de
voorziening afhankelijk te zijn voor het uitvoeren van de
algemene dagelijkse levensverrichtingen.
Bij een woningaanpassing gaat het om de belemmeringen in en rond
de woning te verminderen of op te heffen. Voor het bereiken van
de woning wordt gesteld dat voor aanpassing in aanmerking komt
20 vierkante meter verhard pad tussen de openbare weg en de
toegang van de woning die gebruikt wordt. Het gebruik van een
hobby-, werk- of recreatieruimte valt niet onder de
compensatieplicht van de gemeente. Evenmin is het de bedoeling
dat vanuit professionele oppas of verzorgingsoogpunt dan wel
vanuit therapeutisch oogpunt hulpmiddelen en/of voorzieningen
worden aangebracht of dat er belemmeringen worden opgeworpen.
Hulpmiddelen ten behoeve van professionele verzorging zijn
uitgesloten.
Bij een woonvoorziening dient nagegaan te worden wat voor de
cliënt de essentiële woonruimten zijn. Onder essentiële
woonruimte wordt verstaan:
een slaapgelegenheid die bereikt en gebruikt kan
worden;
een toiletgelegenheid die bereikt en gebruikt kan
worden;
een natte cel die gebruikt en bereikt kan worden;
een kookgelegenheid/keuken die gebruikt en bereikt kan
worden;
een woonkamer die gebruikt en bereikt kan worden;
de toegang tot de woning die gebruikt en bereikt kan
worden.
Bij het bepalen of een inwoner met een beperking al dan niet in
aanmerking komt voor een woonvoorziening en bij het selecteren
van een noodzakelijke voorziening spelen de volgende factoren
een rol:
ernst en omvang van de beperkingen;
het ziekteverloop/de prognose;
de noodzaak van de voorziening(en);
de intensiteit van het gebruik van de
voorziening(en);
bouwkundige situatie;
de aanwezigheid van alternatieve oplossingen.
Wat betreft de ernst en omvang van de beperkingen, zoals
aangegeven in lid 4 onder a, die tot de belemmering(en) leidt
worden onderscheiden:
geen probleem;
met moeite maar wel alleen/zelfstandig;
alleen met voorziening maar zonder andere persoon;
alleen met enige hulp van andere persoon al dan niet met
voorziening;
alleen met voortdurende assistentie, maar zonder
voorziening;
alleen met voortdurende assistentie en bovendien met
voorziening;
onmogelijk, ook met voorziening en/of hulp ander
persoon.
Of de cliënt in aanmerking komt voor een onroerende, roerende of
financiële voorziening of een combinatie hiervan, hangt af van
de ondervonden beperkingen en belemmeringen, van de bouwkundige
situatie van de woning en van de goedkoopst adequate
oplossing.
Een aanbouw wordt alleen overwogen als essentiële woonruimtes
niet op een andere manier bereikbaar kunnen worden gemaakt (
verhuizing heeft het primaat ) en een losse woonunit geen
goedkopere en meest adequate oplossing is. Ook het feit dat de
verhuurder de huurwoning niet beschikbaar wil houden voor
personen met een beperking of geen toestemming wil geven voor de
verbouwing kan een reden zijn om een losse woonunit te
verstrekken.
De cliënt kan wanneer er sprake is van een aantoonbare allergie
voor huisstofmijt en dit aantoonbare beperkingen met zich
meebrengt in aanmerking komen voor sanering van de
vloerbedekking in de slaapkamer. Bij uitzondering kan ook de
vloerbedekking in de woonkamer worden gesaneerd, indien
betrokkene bijvoorbeeld aantoonbaar een groot deel van de dag in
de woonkamer doorbrengt (moet doorbrengen). Sanering van
gordijnen, gestoffeerde meubels e.d. komen niet voor vergoeding
in aanmerking. Deze hoeven niet acuut te worden vervangen en
kunnen op termijn, passend binnen het budget van de cliënt,
worden vervangen.
Een vergoeding voor sanering onder lid 8 van artikel 15, is
slechts mogelijk, voor zover de betreffende vloerbedekking nog
niet is afgeschreven. Als afschrijvingstermijn wordt 8 jaar
gehanteerd, zodat de financiële tegemoetkoming als volgt wordt
vastgesteld:
0 - 2 jaar oud: vergoeding 100% van de aanschafkosten;
2 - 4 jaar oud: 75% van de kosten;
4 - 6 jaar oud: 50% van de kosten;
6 - 8 jaar oud; 25% van de kosten.
Indien het artikel 8 jaar of ouder is, wordt geen vergoeding
verstrekt.
Voor het kwaliteitsniveau van de aanpassingen wordt aangesloten
bij de eisen zoals deze in het bouwbesluit zijn
geformuleerd.
HOOFDSTUK 5
Artikel 15
Algemeen
Onderdeel van BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HELDER 2016