Geen maatwerkvoorziening in verband met wonen wordt verstrekt:
in het geval de beperkingen bij het normaal gebruik van de
woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
materialen;
als de aangevraagde voorziening betrekking heeft op een hoger
niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw;
ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters,
tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen,
ADL‐clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een
voorziening voor verhuizing en inrichting;
voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten
betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het
verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen
van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een
opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke
ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en
inrichting.
ten behoeve van specifiek op inwoners met beperkingen en ouderen
gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in
gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij (nieuw)bouw
of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen
worden;
indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor
geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen en er geen
belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is.
HOOFDSTUK 5
Artikel 20
Geen recht op een woonvoorziening
Onderdeel van BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HELDER 2016