Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 9

Artikel 32

Algemeen

Onderdeel van BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HELDER 2016

1.. Een cliënt kan in aanmerking komen voor opvang, wanneer bij de intake, voor beoordeling van de toegang aandacht wordt besteed aan: de mate waarin de belanghebbende slachtoffer is van huiselijk geweld en vanwege ernstige dreiging en/of geweld niet op een andere plek dan de opvang veilig kan verblijven met eventuele kinderen; de mate van dak- en thuisloosheid, met inachtneming van de contra-indicaties in verband met de sociale en psychische omstandigheden van de belanghebbende en de richtlijnen in verband met regiobinding. 2.. Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen als: de cliënt een psychiatrische aandoening heeft; en de cliënt 18 jaar of ouder is en legaal in Nederland verblijft; en de cliënt niet zelfstandig kan leven en een mogelijk gevaar voor zichzelf en anderen vormt als gevolg van de psychiatrische aandoening; en er sprake is van regiobinding; en de cliënt niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen kunnen opheffen; en cliënt niet dakloos is, klinische behandeling niet voorliggend is en aanvrager niet voldoet aan de criteria voor de Wet langdurige zorg. 3.. Bij een vermoeden van de noodzaak tot beschermd wonen wordt altijd door het college van Den Helder, in deze de centrumgemeente de noodzakelijke expertise ingewonnen.

Rechtspraak bij dit artikel