Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 11

Artikel 36

Toewijzingscriteria

Onderdeel van BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HELDER 2016

1.. Een gemeentelijk persoonsgebonden budget wordt verstrekt indien: De cliënt naar oordeel van de gemeente op eigen kracht, dan wel met hulp uit zijn sociaal netwerk of van zijn aangewezen vertegenwoordiger, voldoende in staat is om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. De cliënt aan de hand van een persoonlijk pgb-plan motiveert: dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is; dat de verstrekking van een pgb aantoonbaar leidt tot betere, effectievere en doelmatiger ondersteuning. Naar het oordeel van de gemeente de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de individuele voorziening behoren en die de cliënt van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit zijn. 2.. Er mag niet voorafgaand aan de beschikking een begin worden gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden c.q. tot aanschaf van de voorziening worden overgegaan c.q. gestart worden met de uitvoering van de ondersteuning waarop het persoonsgebonden budget betrekking heeft, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente. 3.. Er wordt geen pgb verstrekt voor eenzelfde voorziening waarvoor de cliënt ondersteuning in natura krijgt.

Rechtspraak bij dit artikel