**1..** Indien in afwijking van het gestelde in artikel 18 één van de deelnemende gemeenten de regeling wil uittreden, dient het daartoe strekkende besluit van het college van burgemeester en wethouders door de betreffende gemeente aan de andere gemeenten en aan het Algemeen Bestuur gezonden te worden, met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste 1 jaar.
**2..** De leden 4 en 5 van artikel 18 zijn van overeenkomstige toepassing.
**3..** Bij voortijdig uittreden uit de regeling zullen de gevolgen van uittreding samenhangend met de investeringen en de vaste kostencomponenten uit de exploitatiebegroting gedurende de resterende looptijd van de regeling, met uitzondering van de exploitatiekosten met langdurige verbinding, door de uittredende gemeente gecompenseerd dienen te worden.
**4..** Indien kosten zijn gemoeid met het opstellen van het liquidatieplan, komen deze voor rekening van de uittredende deelnemer.