De medewerker die voor het woon-werk verkeer gebruik maakt van het
openbaar vervoer, kan de kosten hiervan – op basis van een maand- of
jaarabonnement van de laagste klasse - declareren bij de werkgever
onder het overleggen van vervoersbewijzen. Bij de aanschaf van een
jaarabonnement verstrekt de werkgever op verzoek van de medewerker
een voorschot.
Indien een (maand)vervoersabonnement onvoordeliger is ten opzichte
van losse ritten, vindt vergoeding plaats onder overlegging van
vervoersbewijzen van de losse ritten.
Artikel 3
Openbaar vervoer woon-werk verkeer
Onderdeel van Regeling vervoer Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid