De raad stelt tegelijkertijd met het besluit tot het
houden van een referendum de datum daarvan vast, met
dien verstande dat het referendum niet later plaats
vindt dan uiterlijk vier maanden na dit
besluit.
In het geval de in het eerste lid genoemde termijn
van vier maanden afloopt binnen twee maanden voor
een algemene verkiezing kan de termijn worden
overschreden opdat de stemmingen kunnen worden
gecombineerd.
Een referendum vindt niet plaats in de voor de regio
aangewezen schoolvakanties voor het basis- en
voortgezet onderwijs. De in het eerste lid van dit
artikel genoemde termijn van vier maanden kan door
de raad worden verlengd met maximaal zes weken,
indien een deel van de zomervakantie in die vier
maanden valt.
Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden
gehouden.