Voorafgaand aan de plenaire behandeling als bedoeld in
artikel 7, het eerste lid, adviseert de referendumkamer de
raad over de toelaatbaarheid van het onderwerp. Indien het
college van mening is dat er redenen zijn het verzoek niet
in te willigen, stelt zij de referendumkamer hiervan tijdig
in kennis.
Indien naar de mening van de referendumkamer het inleidende
verzoek onvoldoende duidelijk is, treedt de referendumkamer
hierover in overleg met de indieners van het inleidend
verzoek.
Het college onderzoekt uiterlijk binnen vijf werkdagen na
binnenkomst van een verzoek als bedoeld in artikel 7, eerste
lid, of het verzoek door een voldoende aantal
kiesgerechtigden is ondersteund en of het voldoet aan de in
artikel 7 lid 4 opgenomen vereisten.
Indien het verzoek niet voldoende wordt ondersteund of niet
binnen de gestelde termijn is ingediend, stelt het college
de raad voor het verzoek niet-ontvankelijk te
verklaren.
Het raadsvoorstel met betrekking tot het inleidend verzoek
wordt voorbereid door het presidium.
De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het
inleidende verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de
gemeente gebruikelijke wijze.
De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het
inleidende verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de
gemeente gebruikelijke wijze.