Een belanghebbende is niet verplicht een taaltoets af te nemen, in de navolgende situaties:
1.Wanneer vastgesteld kan worden dat elke vorm van verwijtbaarheid om aan
de taaleis te voldoen ontbreekt. Zie hiervoor verder artikel 9.
De Taaleis staat in direct verband met de arbeidsverplichting. Wie ontheven is van de arbeids-verplichting kan ook worden vrijgesteld van de taaltoets.
Belanghebbende hoeft geen toets af te leggen indien hij bezig met een leertraject in het kader van de Wet Inburgering.
Als tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst.
Als tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, maar ook is vastgesteld dat door in de persoon gelegen factoren belanghebbende niet is staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F / A2 machtig te worden.
Belanghebbenden die een uitkering hadden in een andere gemeente en in die gemeente al een toets hebben afgelegd. De toetsresultaten kunnen worden overgenomen, tenzij deze onvoldoende zekerheid binnen over de actuele taalvaardigheid.