Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 5

Kennisgeving en bereidverklaring

Onderdeel van Beleidsregels Wet taaleis 2016

Het college stelt belanghebbende binnen 8 weken na het afleggen van de taaltoets op de hoogte van de uitkomst. Als de uitkomst van de toets als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onvoldoende is, stelt het college de belanghebbende gelijktijdig met het mededelen van de uitkomst de toets, in kennis van het redelijke vermoeden als bedoeld in artikel 18b, derde lid van de Participatiewet. De volgende procedure wordt daarbij gevolgd: Belanghebbende krijgt een gesprek waarbij de uitslag van de taaltoets wordt besproken. Belanghebbende ontvangt tevens de schriftelijke kennisgeving. Die kennisgeving gaat vergezeld met een besluit tot verlaging van de bijstand vanaf het moment van de kennisgeving. De verlaging bedraagt 20% van de bijstandsnorm die op dat moment geldt. In afwijking van het bepaalde onder b, ziet het College af van het verlagen van de bijstand indien: belanghebbende zich in het gesprek bereid verklaart binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving een taaltraject te volgen en daarin vervolgens de nodige voortgang boekt die van hem mag worden verwacht bij het verwerven van de vaardigheden in de Nederlandse taal; belanghebbende alsnog documenten overlegt als bedoeld in artikel twee; elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of er dringende redenen zijn die noodzaken tot het afzien van verlaging. Als de belanghebbende zich bereid verklaart om binnen een maand met een taaltraject te starten, dan maakt de klantbegeleider samen met de belanghebbende een taalplan. (zie verder artikel zes; Aanleren van taalvaardigheden). Het taalplan beschrijft in ieder geval: de manier waarop de belanghebbende de vereiste taalvaardigheden gaat leren; de voortgang en inspanningen die van de belanghebbende worden verwacht. op welke momenten de voortgang en inspanningen worden gemonitord. Dit is minimaal iedere zes maanden. Als de belanghebbende is gestart met een inburgeringstraject in het kader van de Wet inburgering, dan wordt dit beschouwd als voldoende inspanningen van de uitkeringsgerechtigde om de vereiste taalvaardigheden te leren. Het college monitort de voortgang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel