Een subsidie wordt in elk geval geweigerd voor zover de verlening
een steunmaatregel zou vormen die in strijd is met artikel 107 of
108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
Unie.
Een subsidie kan in elk geval worden geweigerd:
voor zover te subsidiëren activiteiten in strijd zijn met
een wettelijke regeling;
voor zover activiteiten niet verenigbaar zijn met het
gemeentelijke beleid;
voor zover activiteiten zich niet in hoofdzaak richten op de
gemeente of haar inwoners, tenzij de subsidie wordt gedekt
door een specifieke uitkering van het Rijk die mede is
bestemd voor andere gemeenten;
als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor
het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt
gevraagd;
als ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden
gebruikt
om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te
verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te
benutten, of
om strafbare feiten te plegen,
een en ander als bedoeld in artikel 3 van de Wet
bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar
bestuur;
voor zover bepaalde groepen van deelname aan de activiteiten worden
uitgesloten en daarmee naar het oordeel van burgemeester en
wethouders niet een nuttig doel wordt gediend, zodat sprake is van
ontoelaatbare discriminatie;
voor zover activiteiten gericht zijn op het uitdragen van
religieuze, levensbeschouwelijke of politieke overtuigingen;
voor zover activiteiten zijn gericht op het maken van winst;
als de aanvrager een bij of krachtens deze verordening gestelde
verplichting niet nakomt of als hij niet voldoet aan een daar
gestelde voorwaarde om voor de subsidie in aanmerking te kunnen
komen.
Artikel 6
Algemene weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Krimpenerwaard 2017