Naar hoofdinhoud
1.. De toezichthouder ontleent de in lid 2 van dit artikel genoemde bevoegdheden aan hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht. 2.. De toezichthouder is in verband met de uitvoering van de taken als genoemd in artikel 32, bevoegd: Met uitzondering van het zonder toestemming van een bewoner betreden van een woning, elke plaats te betreden met medeneming van apparatuur (zoals laptop, fotocamera); Zich zonodig toegang verschaffen met behulp van de sterke arm; Zich te laten vergezellen door personen die door hem zijn aangewezen; Inlichtingen te vorderen; Inzage te vorderen van een identiteitsbewijs; Zakelijke gegevens te vorderen, kopieën te maken of documenten mee te nemen om te kopiëren; Onderzoek te doen; Rapport op te maken ter zake een geconstateerde overtreding van de bepalingen van de Wet BRP, als genoemd in artikel 32.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel