**1..** Elke deelnemer heeft het recht tot uittreding uit de regeling. Zijn daartoe strekkende besluit wordt, binnen een maand nadat het genomen is, aan het algemeen bestuur ter kennisneming toegezonden.
**2..** De uittreding heeft plaats aan het einde van het kalender jaar, drie jaar nadat het besluit is genomen en aan het algemeen bestuur ter kennisneming is toegezonden.
**3..** Het algemeen bestuur bepaalt of en zo ja in hoeverre en over hoeveel jaren de betrokken deelnemer tot een bijdrage gehouden is in de kosten van rente en afschrijvingen op de tijdens zijn deelneming aangevangen, al dan niet voltooide investeringen en in de kosten van onderhoud en exploitatie van de uit deze investeringen bekostigde werken. Het algemeen bestuur bepaalt de hoogte van de bijdrage en kan de uittredende deelnemer toestaan de betaling hiervan over een aantal jaren te verdelen. Bij de vaststelling van de bijdrage zal geen rekening worden gehouden met investeringen en met kosten van onderhoud en exploitatie van de uit deze investeringen bekostigde werken, welke gedaan, respectievelijk gemaakt zijn gedurende de periode tussen de toezending van het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur en het tijdstip van uittreding.
**4..** Indien door de uittreding kosten ontstaan als gevolg van niet nakoming van contractuele verplichtingen van het lichaam, kunnen deze kosten volledig worden doorberekend aan de uittredende gemeente.
**5..** Een besluit tot uittreding wordt toegezonden aan gedeputeerde staten.
HOOFDSTUK VII
Artikel Uittreding
Artikel Uittreding
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING MEERSCHAP PATERSWOLDE 2007