Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 18

DB en voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEMEENTELIJKE GEZONDHEIDSDIENST GELDERLAND-ZUID

Dat de leden van het dagelijks bestuur, zowel tezamen als ieder afzonderlijk, desgevraagd verantwoording dienen af te leggen over het door hen gevoerde bestuur, vloeit voort uit artikel 16 lid 1 van de Wgr. Hoewel de wet hiertoe niet verplicht, bepaalt de regeling dat de leden van het dagelijks bestuur ongevraagd alle informatie aan het algemeen bestuur geven die nodig is voor een juiste beoordeling van het te voeren en gevoerde bestuur. In de regeling is tevens bepaald dat de leden van het dagelijks bestuur kunnen worden ontslagen, indien een lid niet langer het vertrouwen bezit van het algemeen bestuur. Aansluiting is gezocht bij de vertrouwensregel en de procedure tot opzeggen van het vertrouwen van wethouders zoals vastgelegd in de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel