Naar hoofdinhoud
Deze regeling wordt aangehaald als: Specifieke subsidieregeling persoonsgebonden inburgeringsbudget gemeente Overbetuwe 2010. Aldus besloten in de vergadering van 20 juli 2010. Het college van burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris, de burgemeester, Th.M.M. Hoex E. Tuijnman. Algemene toelichting Op grond van artikelen 6 en 14 van de Verordening op de inburgering gemeente Overbetuwe 2010 is het college bevoegd nadere regels over de noodzakelijkheid, de duur en de maximale kosten van het persoonsgebonden inburgeringsbudget vast te stellen. Door middel van deze regeling wordt hieraan gevolg gegeven. Omdat het hier om een vorm van subsidie gaat, is naast de subsidietitel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht ook de Algemene subsidieverordening hierop van toepassing. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit artikel worden de in deze regeling gehanteerde begrippen omschreven. Artikel 2 Persoonsgebonden inburgeringsbudget Bij het verlenen van een persoonsgebonden inburgeringsbudget ligt het primaat van de uitvoering bij de belanghebbende zelf. De belanghebbende bepaalt de weg die hij wenst te bewandelen. Daarnaast heeft hij de vrijheid om de passende diensten of dienstverleners te kiezen. Om te voorkomen dat de belanghebbende niet-adequate keuzes maakt, is het noodzakelijk om enige randvoorwaarden in te bouwen bij het verlenen van een persoonsgebonden inburgeringsbudget. Deze moeten ook weer niet te hard en te omvangrijk zijn, omdat daarmee de keuze van de belanghebbende om zelf richting te geven aan zijn inburgering niet meer aan de orde is. Het college heeft dan een te grote invloed. De belanghebbende moet een inburgeraar zijn (inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar), zie ook artikel 1 van de regeling. Verder worden de personen nog beoordeeld op een aantal 'zachte' kenmerken, zoals motivatie, doorzettingsvermogen, sociale vaardigheden en een realistisch zelfbeeld. De beoordeling op deze 'zachte' kenmerken is lastig en een mogelijk struikelblok. Om niet-objectieve beoordelingen zo veel mogelijk uit te sluiten, zetten de inburgeringscoaches een diagnose-instrument in om een indicatie te krijgen van de kenmerken van de persoon. Overige vereisten zijn dat het doel van het inburgeringsplan het behalen van het inburgeringsexamen is en dat de doorlooptijd van het traject maximaal 18 maanden is. Het is van belang dat aan de hoogte van een persoonsgebonden inburgeringsbudget een plafond wordt toegekend. Het college stelt het maximum hiervoor vast op € 5.000, -. Dit is de vergoeding per inburgeringstraject dat de gemeente van het Rijk ontvangt. Tot slot kan het persoonsgebonden inburgeringsbudget slechts eenmalig worden toegekend aan een belanghebbende. Artikel 3 Subsidieaanvraag De subsidie moet worden aangevraagd door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Als dit nodig is, kan het college van dit bepaalde ontheffing verlenen. Artikel 4 Beslistermijn Binnen acht weken nadat de aanvraag is ontvangen, moet het college op de aanvraag hebben beslist, dat wil zeggen: de subsidie hebben vastgesteld. Deze termijn kan ten hoogste met acht weken worden verdaagd. Artikel 5 Uitbetaling De subsidie wordt niet eerder aan het inburgeringsbedrijf uitbetaald, dan nadat de subsidie is vastgesteld. In de beschikking tot subsidievaststelling wordt vermeld hoe de subsidie aan de aanbieder wordt uitbetaald. Artikel 6 Subsidieplafond Voor deze regeling is een subsidieplafond ingesteld van € 30.000, - per jaar. Artikel 7 Hardheidsclausule Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 8 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 9 Citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting

Rechtspraak bij dit artikel