Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan het op verzoek van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat de in artikel 7 bedoelde kostenbegroting en de daarmee verband houdende aanduiding van het exploitatiegebied wordt vastgesteld door burgemeester en wethouders. De kostenbegroting en de aanduiding van het exploitatiegebied worden bekendgemaakt aan de exploitant. Het bepaalde in artikel 5, derde lid, slotzin is niet van toepassing. 2.. De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien: de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied waarvoor een bestem­mingsplan, gericht op de voorgenomen exploitatie van gronden, geldt; de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd met het bestemmingsplan, de Woningwet of strijd met andere wet- of regelgeving; het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel overeenkomstig een bestem­mingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing en/of herinrichting; het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering, etc. de exploitant niet bereid of in staat is om sluitende waarborgen te stellen voor tijdige en kwalitatief goede uitvoering c.q. nakoming van zijn feitelijke en de financiële verplichtingen; de in exploitatie te brengen grond van de aanvrager onderdeel uit maakt van een groter, nog in exploitatie te brengen plangebied, waarbij een (separate) medewerking van de aanvraag niet leidt tot of garanties geeft op een integrale ontwikkeling van het plangebied. de exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van aanleg van voorzieningen van openbaar nut; de exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging, dan wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is. 3.. De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden: ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijnde bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan of de herziening daarvan; ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde belemmeringen binnen afzien­bare tijd zullen kunnen worden weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn weggenomen. 4.. Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een onroerende zaak, voor welke werken in het daarbij behorende exploitatiegebied reeds een kostenverhaalsbesluit zoals bedoeld in artikel 4a is genomen, maken burgemeester en wethouders dit aan de exploitant bekend. Naast de hiervoor genoemde bekendmaking kan aan exploitant tevens een ontwerp-overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7, worden aangeboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel