Naar hoofdinhoud

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bankreglement Den Haag 2016

In dit reglement en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: besluit: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wet op het financieel toezicht, (zie wet); budgetbeheer: het beheren van het inkomen, of een substantieel deel daarvan, van een natuurlijk Persoon teneinde te komen tot een verantwoord financieel beheer en het aanreiken van vaardigheden; cliënt: de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waaraan de kredietbank een financiële dienst verleent of voornemens is een financiële dienst te verlenen; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; consumptief krediet: krediet, niet zijnde hypothecair krediet of onderhoudskrediet; directeur: de algemeen directeur van de dienst SZW van de gemeente Den Haag; financiële dienst: het aanbieden, adviseren of bemiddelen ter zake van een financieel product, zoals gedefinieerd in artikel 1:1 van de wet; financiële dienstverlening: het verlenen van diensten als bedoeld in de wet, zijnde het aanbieden van krediet en advies, behoudens hypothecair krediet, voor zover dit past binnen de publieke taak college; hypothecair Krediet: een krediet dat door de kredietbank wordt verstrekt waarbij de kredietnemer aan de kredietbank tot zekerheid voor de nakoming van de vordering het recht van hypotheek op een registergoed verleent; krediet: de aan de kredietnemer ter beschikking gestelde geldsom, waarbij de kredietnemer gehouden is één of meer betalingen te verrichten; kredietbank: de afdeling Gemeentelijke Kredietbank van de dienst SZW van de gemeente Den Haag, gevestigd te Den Haag, kantoor houdende Korte Lombardstraat 11 Den Haag, organisatorisch vallend onder de directeur; kredietnemer: de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waarmee de kredietbank een overeenkomst tot kredietverlening sluit; kredietovereenkomst: de overeenkomst waarbij de kredietbank aan de kredietnemer een geldsom ter beschikking stelt en waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten; overeenkomst op afstand: elke overeenkomst betreffende een financieel product tussen de kredietbanken een cliënt die gesloten wordt in het kader van een door de kredietbank georganiseerd systeem waarin tot en met de totstandkoming van deze overeenkomst gebruik wordt gemaakt van één of meer technieken voor communicatie op afstand; overeenkomst van pandbelening: een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 130 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (synoniem: pandkrediet); rekeninghouder: de natuurlijke persoon die met de kredietbank een overeenkomst tot budgetbeheer heeft afgesloten; NVVK: De Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet; dé brancheorganisatie voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te 3511 GB Utrecht, Catharijnesingel 30; saneringskrediet: een krediet dat door de kredietbank op basis van de GedragscodeSchuldhulpverlening en de module Schuldregeling van de NVVK wordt verstrekt, teneinde de schulden van de kredietnemer integraal of tegen finale kwijting te voldoen; sociaal krediet: een krediet dat door de kredietbank, anders dan in de vorm van een saneringskrediet wordt verleend aan de cliënt die dit elders niet, of niet tegen acceptabele voorwaarden, kan verkrijgen als gevolg van leeftijd, inkomen, tijdelijke verblijfsvergunning ofbeschadigd kredietverleden, dan wel indien de cliënt beschikt over een schriftelijke afwijzing van een gelijke kredietaanvraag bij een financiële instelling met een vergunning op grond van de wet; spaarrekening: de door een cliënt geopende rekening bij de kredietbank waarop hij geld kan reserveren voor toekomstige uitgaven, aflossingen van (pand-)kredieten daarbij inbegrepen; toezicht: het toezicht als bedoeld in artikel 4:37, tweede lid van de wet; toezichthouder: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; uitvoeringsregeling: Uitvoeringsregeling Wet op het financieel toezicht; wet: Wet op het financieel toezicht, Wet van 28 september 2006, houdende regels met betrekking tot de financiële markten en het toezicht daarop. Hoofdstuk II Doel, taakstelling beheer en toezicht Artikel 2.1 Doel De kredietbank heeft tot doel: het op sociaal/maatschappelijk verantwoorde wijze verstrekken van krediet, waaronder kredieten waarbij borgstelling door de overheid of een overheidsinstantie plaatsvindt, voor zover de markt hierin niet, of niet op acceptabele voorwaarden, voorziet; het uitvoeren van de publieke taak zoals deze voor de kredietbank onder meer is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Fido) en de daarop gebaseerde besluiten; het bevorderen van maatregelen op lokaal niveau ter voorkoming van overkreditering en andere financiële misstanden; bij te dragen aan het voorkomen dat inwoners van de gemeente Den Haag (opnieuw) in de schulden geraken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel