De kredietovereenkomst wordt aangegaan bij een door alle partijen ondertekende onderhandse ofnotariële akte. In geval van een hypothecair krediet wordt de overeenkomst in ieder geval in een notariële akte vastgelegd.
De kredietbank verstrekt een door de kredietbank ondertekend afschrift van de kredietovereenkomst aan de kredietnemer.
De kredietbank wint in het belang van de kredietnemer voorafgaande aan de totstandkoming van de kredietovereenkomst informatie in over de financiële positie van de kredietnemer en beoordeelt, ter voorkoming van overkreditering van de kredietnemer en ter bescherming tegen onverantwoorde transactierisico’s, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.
De kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een cliënt, indien dit met het oog op het voorkomen van overkreditering van de cliënt, onverantwoord is.
De artikelen 113 ,eerste lid, 114 en 115, eerste lid van het besluit zijn van overeenkomstige toepassing.