Naar hoofdinhoud
1.. De rechten als bedoeld in 1.1, 1.2, 1.3, 1.4 en 1.5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden niet geheven indien: de aanvrager van het gebruik of de diensten aan de hand van een kwitantie, afgegeven door de kerkvoogdij der Nederlandse Hervormde Gemeente gedateerd vóór de datum van overdracht van de N.H. begraafplaats aan de gemeente, in casu 22 december 1972, kan aantonen koper te zijn van een grafruimte op de voormalige N.H.- begraafplaats of kan aantonen dat degene te wiens behoeve het gebruik of de diensten worden aangevraagd of verleend koper is van een grafruimte op de voormalige N.H. begraafplaats; de aanvrager van het gebruik of de diensten aan de hand van een kwitantie afgegeven door of vanwege de R.K. kerkhofcommissie gedateerd vóór de datum van overdracht van de begraafplaats aan de gemeente, in casu 18 augustus 1975, kan aantonen huurder te zijn van een grafruimte op de voormalige R.K.- begraafplaats of kan aantonen dat degene te wiens behoeve het gebruik of de diensten worden aangevraagd of verleend huurder is van een grafruimte op de voormalige R.K.- begraafplaats; blijkt dat de aanvrager van het gebruik of de diensten, dan wel degene te wiens behoeve het gebruik of de diensten worden aangevraagd of verleend voorkomt op de door verkoper van de voormalige R.K.- begraafplaats bij de overdracht overgelegde lijst van huurders van een grafruimte. 2.. De rechten als bedoeld in 4.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden niet geheven indien de opgraving plaats heeft op verzoek van de Oorlogsgravenstichting te 's-Gravenhage en het een lijk van een oorlogsslachtoffer betreft.

Rechtspraak bij dit artikel