**1..** Is de voorzitter van de raad van oordeel dat bezwaar bestaat tegen het optreden als fractiemedewerker van een bij hem als zodanig aangemeld persoon, dan brengt hij dat binnen één week na die melding gemotiveerd ter kennis van de desbetreffende fractie. Tegelijkertijd zendt hij van deze kennisgeving een afschrift aan de raadsleden.
**2..** Handhaaft de in het eerste lid bedoelde fractie haar aanmelding en meent de voorzitter van de raad daarin niet te moeten berusten, dan vraagt hij daarover met opgaaf van hun beweegredenen en onder overlegging van het bericht van handhaving van de fractie binnen zes weken na ontvangst van dat bericht het oordeel van de raad.
**3..** Zolang de raad geen uitspraak heeft gedaan of indien de raad eveneens bezwaar heeft tegen de in het eerste lid bedoelde persoon, kan laatstgenoemde niet in functie treden als fractiemedewerker.
**4..** Het bepaalde in het vorige lid geldt eveneens indien een raadslid binnen één week na verzending van de in artikel 5, tweede lid, bedoelde kennisgeving met gebruikmaking van het Reglement van orde voor de raad aan het college een voorstel doet om bezwaar te maken tegen een als fractiemedewerker aangemelde persoon.
**5..** Dit artikel is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing bij wijziging in de door een fractiemedewerker beklede functies.