Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 1

Artikel 2:2

Gebiedsontzegging

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maasgouw

1.. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied en/of de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen, waarin naar zijn oordeel de openbare orde is verstoord, één of meer van de in het vijfde lid bedoelde overtredingen begaat, en zich zodanig buiten dat gebied gedraagt dat het effect daarvan ook in dit gebied direct merkbaar zijn, moet zich onmiddellijk uit dat gebied verwijderen en zich daar gedurende 24 uur verwijderd houden, nadat door of namens de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel is gegeven. 2.. Het in het eerste lid genoemde bevel wordt niet eerder gegeven dan na een eerste overtreding als genoemd waarvan proces-verbaal is opgemaakt en zich een soortgelijke tweede overtreding heeft voor gedaan waarbij de overtreder de aanzegging heeft gekregen dat bij een derde overtreding verwijdering volgt uit genoemd gebied voor vierentwintig uur. 3.. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid, in de door de burgemeester bepaalde termijn na een derde overtreding zoals genoemd in het tweede lid, een nieuwe overtreding begaat, moet zich onmiddellijk na bevel van of namens de burgemeester uit dat gebied te verwijderen en zich veertien dagen verwijderd te houden. 4.. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid, in de door de burgemeester bepaalde termijn na een vierde overtreding zoals genoemd in het derde lid, een nieuwe overtreding begaat, moet zich onmiddellijk na bevel van of namens de burgemeester uit dat gebied te verwijderen en zich vier weken verwijderd te houden. 5.. De strafbare feiten waarop gebiedsontzeggingen van toepassing kunnen zijn, zijn: samenscholing en ongeregeldheden (artikel 2:1 Apv); ordeverstoring in horecabedrijf (artikel 2:18 Apv); betreden gesloten woning of lokaal (artikel 2:31 Apv); rijden over bermen (artikel 2:35 Apv); hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (artikel 2:36 Apv); verboden drankgebruik (artikel 2:37 Apv); verboden gedrag bij of in gebouwen (artikel 2:38 Apv); hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten (artikel 2:39 Apv); drugshandel op straat (artikel 2:55 Apv); straatprostitutie (artikel 3:8 Apv); natuurlijke behoefte doen (artikel 4:7 Apv). 6.. Wat staat in het eerste tot en met het vijfde lid geldt niet als degene die voor de gebiedsontzegging in aanmerking komt in het door de burgemeester aangewezen gebied zijn woning heeft, zijn werk of beroep uitoefent of hulpverlenende instanties bezoekt. In dit laatste het geval, dan wordt de kortste route aangewezen, waar langs degene die de gebiedsontzegging krijgt opgelegd het gebied moet betreden of verlaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel