Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

Vaststellen vergoeding voorzieningen

Onderdeel van Onderwijshuisvestingsverordening gemeente Oudewater 2016

1. Voor voorzieningen zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 6° en 7° (eerste inrichting), wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen normbedragen. 2. Voor voorzieningen zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° en 2° (nieuwbouw, uitbreiding), wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig ten minste het niveau van de in bijlage IV opgenomen normbedragen. 3. De normbedragen voor de voorzieningen zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° en 2° (nieuwbouw en uitbreiding) zijn - voor zover van toepassing - exclusief de feitelijke kosten voor: - aankoop bouwrijp terrein en sloop oudbouw; - vervangende huisvesting tijdens de bouw; - kosten voor gebiedsontwikkeling; 4. De in het derde lid bedoelde feitelijke kosten komen voor rekening van de gemeente, tenzij gemeente en bevoegd gezag op grond van het vijfde lid anders zijn overeengekomen. 5. In het strategisch accommodatiebeleid kan worden bepaald onder welke voorwaarden en tot welk bedrag de gemeente ten gunste van een betere onderwijskwaliteit bovennormatief (voor)investeert in voorzieningen, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° en 2° (nieuwbouw en uitbreiding) en/of in overige voorzieningen, bedoeld in artikel 2, onderdeel e. 6. Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid en het tweede lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten. 7. De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 wordt vastgesteld op ten minste 8 procent van het geraamde investeringsbedrag. Het bepaalde in artikel 15 is van overeenkomstige toepassing. 8. Een overschrijding van de in dit artikel bedoelde vergoedingen, die zonder voorafgaande schriftelijke instemming van het college is gerealiseerd, komt voor rekening van het bevoegd gezag. 9. Indien de normkostenvergoeding voor de voorzieningen zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° en 2° (nieuwbouw en uitbreiding) hoger is dan de feitelijke kosten, komt het verschil toe aan de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel