Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › PARAGRAAF 2

Artikel 20

Handhaving orde en schorsing

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2016

1.. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren of; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.. Indien een spreker de orde verstoort, roept de voorzitter hem tot de orde. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem het woord ontnemen over het aanhangige onderwerp. 3.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. 4.. De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. 5.. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig neemt de voorzitter maatregelen om hem te laten verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Rechtspraak bij dit artikel