**1..** Aan de eigenaar van een beeldbepalend pand/object kan door het college
een subsidie worden verleend ter tegemoetkoming in de kosten van
beschermingswaardige onderdelen van een beeldbepalend pand.
**2..** De bijdrage kan niet meer zijn dan de 50% van de werkelijk gemaakte
kosten tot een maximum van € 15.000,-- per beeldbepalend pand
/object.
**3..** De aanvragen zullen worden afgehandeld in de volgorde van
binnenkomst;
**4..** Een beeldbepalend pand/object kan maximaal 1 maal per 4 jaar een verzoek
om subsidie indienen.
**5..** De bijdrage ineens wordt toegekend onder voorwaarde, dat:
Binnen zes maanden na een bij de toekenning te bepalen tijdstip
met het treffen van voorzieningen wordt begonnen.
De voorzieningen zijn uitgevoerd binnen twee jaar na datum van
de toekenning.
Bij het treffen van de voorzieningen niet wordt gehandeld in
strijd met de Vestigingswet Bedrijven 1954.
Een monumentenvergunning/restauratievergunning is afgegeven voor
het
uitvoeren van de werkzaamheden aan een rijksmonument.
**6..** Het college kan afwijken van de in lid 5 genoemde termijnen.
**7..** Indien voor de restauratie van een rijksmonument voor dezelfde
werkzaamheden ook een beroep wordt gedaan op rijkssubsidieregeling en
het rijk daarvoor daadwerkelijk tot subsidieverlening overgaat, dient de
door de gemeente toegekende bijdrage voor die werkzaamheden binnen één
maand na ontvangst van de rijkssubsidie terug worden betaald aan de
gemeente.
**8..** Deze terugbetaling heeft geen betrekking op de bijdrage voor
werkzaamheden die niet door het rijk worden gesubsidieerd.
**9..** Onder de kosten van de voorziening worden in elk geval begrepen de
geraamde en goedgekeurde bedragen van:
De aanneemsom;
Eventueel noodzakelijk meerwerk;
De risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;
Het honorarium van de architect en de constructeur;
De kosten van het dagelijks toezicht en de
bestedingskosten;
Leges voor de bouwvergunning;
De verschuldigde omzetbelasting.
**10..** Als de werkzaamheden verbonden aan het treffen van de voorzieningen voor
meer dan 50% of in het geheel door de eigenaar anders dan in uitoefening
van een bedrijf worden verricht, al dan niet met behulp van anderen
zonder dat daarbij sprake is van uitoefening van een bedrijf worden de
genoemde subsidiebedragen met 60% verminderd, indien meer dan de helft
van de werkzaamheden in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd.