Naar hoofdinhoud

Artikel 2:

Periodieke verhoging van het salaris

Onderdeel van Regeling aanvulling hoofdstuk 3 CAR-UWO

1.. Gebleken voldoende functioneren wordt bepaald aan de hand van de jaarlijkse personeelsbeoordeling. Als de personeelsbeoordeling niet heeft plaatsgevonden wordt automatisch een periodiek toegekend. 2.. De periodieke verhoging wordt toegekend per 1 januari van ieder kalenderjaar. 3.. Het tijdstip waarop ingevolge lid 2 van dit artikel voor de eerste keer een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat. 4.. Het tijdstip waarop ingevolge lid 2 van dit artikel voor de eerste keer een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat. De volgende tijd wordt in elk geval aangemerkt als het niet verrichten van arbeid: tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, indien het verlof is verleend uitsluitend in het belang van de medewerker, dan wel is verleend onder voorwaarde, dat bedoelde tijd niet zal meetellen voor de vaststelling van de diensttijd; tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, voor zover deze een tijdvak van een half jaar te boven gaat; tijd gedurende welke de medewerker in de uitoefening van zijn functie is geschorst: bij wijze van disciplinaire straf; van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in bewaringstelling in een instelling voor psychiatrie of een daarmee gelijk te stellen inrichting; op grond van het feit dat een strafrechtelijke vervolging ter zake een misdrijf tegen hem is ingesteld, of hem het voornemen tot oplegging van de straf is aangezegd, dan wel hem die straf is opgelegd; omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde, tenzij het tot schorsen bevoegd gezag het tegendeel bepaalt; tijd doorgebracht wegens arbeidsongeschiktheid (artikel 7:8:2 CAR-UWO). 5.. Indien vaststaat dat een schorsing, als bedoeld in lid 4 sub c van dit artikel, niet door het ten uitvoer leggen van een straf is gevolgd noch zal worden gevolgd, telt de tijd van deze schorsing niet mee voor de vaststelling van de periode van 6 maanden zoals genoemd in lid 4. 6.. De periode gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke verplichting verlof geniet ter vervulling van de militaire- of daarvoor in de plaats tredende dienst, wordt voor de toekenning van het salaris als diensttijd in aanmerking genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel