Indien gebleken is dat een houder van kinderopvang, een peuterspeelzaal, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en/of de krachtens deze wet gestelde regels, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(en) en voorkoming van herhaling van de overtreding(en).
Bij het uitvoeren van het herstellend traject zet het college de volgende stappen:
Stap 1: schriftelijke aanwijzing;
Stap 2: last onder dwangsom of last onder bestuursdwang;
Stap 3: exploitatieverbod;
Stap 4: verwijdering uit het landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen.
Indien de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.
De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de inspectiedomeinen op de wijze die is weergegeven in het bij deze beleidsregels behorende prioriteitenoverzicht.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4
Herstelsancties
Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Capelle aan den IJssel 2016