Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Definities

Onderdeel van Verordening naamgeving en nummering 2016

In deze verordening wordt verstaan onder: College: het college van burgemeester en wethouders. Convenant: het tussen de minister van Milieu en Infrastructuur, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Post.NL gesloten Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes. Openbare ruimte: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plantsoenen en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede de bouw- en kunstwerken die daar onderdeel van uitmaken. Woonplaats: een door het college aangewezen gebied op het gemeentelijk grondgebied waaraan een woonplaatsnaam is toegekend. Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling verbindt. Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van de openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van de woonplaats. Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is. Bouw- en/of kunstwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren. Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte en geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Complex: een afgebakend samengesteld geheel van onroerende zaken (industriecomplex, ziekenhuiscomplex, complex met vakantiehuizen etc). Afgebakend terrein: een terrein waarop zich geen bouwwerken bevinden en dat afzonderlijk wordt gebruikt. Ligplaats: een deel van het openbare water dat door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen of wordt gedoogd voor het permanent afmeren van een woonschip of woonark. Standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten. Nummer: een nummer bestaande uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter dan wel met toevoeging van een letter gevolgd door een of meer Arabische cijfers. Object: een bouwwerk, gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats of standplaats. Rechthebbende: ieder, die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht zodanig beschikking heeft over een onroerende zaak, dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is m.b.t. die zaak te handelen als in de verordening is voorgeschreven, evenals de beheerder. Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van technische en administratieve aard. De wet: Wet basisregistratie adressen en gebouwen.

Rechtspraak bij dit artikel