De raad delegeert de uitoefening van de navolgende bevoegdheden aan het college van burgemeester en wethouders:
Het nemen van procedurebesluiten als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht ingeval een aanvraag gericht is aan de raad en de raad het bevoegde bestuursorgaan is;
Het voeren van juridische procedures en het nemen van alle daarbij behorende beslissingen;
De bevoegdheid tot het nemen van een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 Wet ruimtelijke ordening ingeval geen zienswijzen zijn ingediend;
De bevoegdheid tot het vaststellen van bebouwde kom grenzen als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994;
De bevoegdheid tot het vaststellen van bebouwde kom grenzen als bedoeld in de Boswet;
Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Omgevingsverordening Overijssel;
De bevoegdheden opgenomen in artikel 6 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen;
Het aanwijzen als een huis der gemeente als bedoeld in artikel 1:63 BW.
Het elektronisch waarmerken en publiceren van digitale Wro-instrumenten.