**1..** In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht, is de subsidieontvanger aan het college een vergoeding van de vermogenswaarde verschuldigd.
**2..** Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat, ingeval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken, wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
**3..** De waardebepaling van onroerend goed geschiedt door de waardebepaling door een onafhankelijk deskundige op gebied van vastgoed. De waardebepaling van andere vermogensbestanddelen geschiedt op basis van economische waarden door een onafhankelijke NIRV (Nederlands Instituut voor Register Valuators) valuator.
**4..** Door de subsidie ontvanger dient ten hoogste dat deel van het gevormde vermogen vergoed te worden, dat overeenkomt met het deel dat de subsidie uitmaakte van de totale inkomsten van de subsidieontvanger in ten hoogste de laatste vijf jaren waarin subsidie werd verleend.
Hoofdstuk Algemene
Artikel 16.
Vergoeding vermogensvorming.
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Zoetermeer 2016