Onder alle stoom- en elektrische machines, alsmede onder alle toestellen, werktuigen en/of machinerieën, waarvan olie, benzine of dergelijke kan afdruipen, moet een voorziening worden getroffen ter voorkoming van verontreiniging van de bodem.
Verontreinigingen die voortvloeien uit het niet of niet tijdig, treffen van bovengenoemde voorziening worden op kosten van de exploitant verwijderd.