Het college verleent mandaat in de ruimste zin van het woord. Naast het nemen van besluiten in positieve of negatieve zin wordt hieronder dan ook mede verstaan:
het vaststellen van beleid en het bekendmaken daarvan;
het voeren van correspondentie van uitvoerende en/of informatieve aard;
verlenen van uitstel, aanmanen, invorderen bij dwangbevel, het leggen van beslag;
voeren van overige correspondentie, die te maken heeft met de opgedragen plustaak;
beslissen op bezwaar;
voeren van verweer in bestuursrechtelijke procedures in beroep;
bekendmaken en toezenden van besluiten overeenkomstig wettelijke regels;
en alle andere besluiten die genomen moeten worden en alle andere handelingen die verricht moeten worden voor de uitvoering van de plustaak.
Hoofdstuk
Artikel 4
Reikwijdte van het mandaat
Onderdeel van Mandaatbesluit plustaak WerkSaam inzake terug- en invordering Bijzondere Bijstand