Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Inrichting begroting en jaarstukken

Onderdeel van Verordening organisatie financieel beleid en beheer gemeente Gennep

Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en baten weergegeven en bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten weergegeven. De toedeling van producten aan de programma’s staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden in de begroting expliciet gemeld. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen. In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording, die is opgebouwd uit een beleidsmatig (programma- en paragraafverantwoording) en een financieel deel (balans, staat van baten en lasten en toelichting), geeft het college aan: Wat is bereikt; hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen; op welke wijze dat bereikt is; wat de kosten daarvan zijn. Het college biedt de jaarstukken (de verantwoording) voor 1 juli volgend op het begrotingsjaar aan de raad aan. De raad stelt de jaarstukken voor 15 juli, gelijktijdig met de Voorjaarsnota en de eerste trimesterrapportage, vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel