1.De hoogte van de verlaging wordt toegepast op de voor de jongere van
toepassing zijnde WIJ-norm.
2.In afwijking van het eerste lid kan de verlaging ook worden toegepast
op de bijzondere bijstand indien:
a.aan de jongere bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van
artikel 12 van de wet Werk en bijstand; en
b.de verwijtbare gedraging van de jongere, in relatie met zijn recht op
bijzondere bijstand, daartoe aanleiding geeft.
3.De verlaging kan niet meer bedragen dan de WIJ-norm waarop de jongere
recht zou hebben gehad gedurende de periode waarop de verlaging
betrekking heeft, indien er geen grond voor verlaging zou zijn
geweest.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3
Berekeningsgrondslag
Onderdeel van nr 12.16 Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren