Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Directeur van een dienst/ hoofd van een stafafdeling

Onderdeel van Organisatieverordening van de gemeente Dronten 2000

1.. Het dagelijks beheer en de leiding van een dienst zijn opgedragen aan een directeur. 2.. Onder de directe verantwoordelijkheid van de directeur van de dienst geven clusterhoofden leiding aan de dagelijkse werkzaamheden van de in artikel 2, lid 3, bedoelde onderdelen binnen een dienst. De stijl van leidinggeven is vooral coachend van aard en is gebaseerd op het geven van voorbeeldgedrag en op de uitgangspunten van een lerende organisatie. Leidinggevenden stellen heldere kaders en bevorderen de betrokkenheid van de medewerkers. 3.. De directeuren presenteren jaarlijks een dienstjaarplan aan het college van Burgmeester en Wethouders en leggen hierover verantwoording af in de tussentijdse managementrapportage en het jaarverslag. 4.. De directeur is verantwoordelijk voor de door de dienst te behalen doelstellingen en de hiertoe te leveren prestaties, binnen het kader van de beschikbaar gestelde middelen. Hij kan deze verantwoordelijkheid mandateren. 5.. De directeur geeft leiding aan de dienst en ondersteunt de direct onderliggende managementlaag bij de uitoefening van de functie. Hij draagt de verantwoording voor de personele inzet in kwalitatieve en kwantitatieve zin. 6.. De directeur pleegt regelmatig overleg met de leidinggevenden over het te voeren beleid, over de voortgang van de werkzaamheden en over alle overige zaken die de dienst betreffen en waarvan informatie-uitwisseling van belang is. 7.. De directeur zorgt, onverminderd de verantwoordelijkheid van de gemeentesecretaris, voor een goede afstemming tussen de onder zijn verantwoordelijkheid vallende beleidsvelden en tussen de (meerjaren)beleidsvelden en het (meerjaren) middelenbeleid. 8.. De directeur heeft periodiek overleg met de portefeuillehouders over beleidsaangelegenheden die het gebied van zijn dienst omvatten. 9.. Directeuren van een dienst worden, op voordracht van de gemeentesecretaris, benoemd en ontslagen door het college van Burgemeester en Wethouders. 10.. Bij afwezigheid van de directeur wordt deze vervangen door een door de gemeentesecretaris aan te wijzen directeur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel