De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming
van het bepaalde in artikel 10 door de beheerder.
Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:
indien is voldaan aan de in artikel 15 en 17 opgenomen
vereisten;
alleen bij begraving van een stoffelijk overschot, het
personeel van de begraafplaats de identiteit van het
stoffelijk overschot heeft vastgesteld door vergelijking van
het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde
registratienummer met dat op een bijgevoegd document dat
tevens de namen, overlijdens- en geboortedatum van de
overledene dan wel de geslachtsnaam van de levenloosgeborene
bevat.
Hoofdstuk
Artikel 18
Begraving
Onderdeel van Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen Tynaarlo