Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
worden omschreven hebben dezelfde betekenis als beschreven in
hoofdstuk.1 van de Wet investeren in jongeren (WIJ) en in de Algemene
wet bestuursrecht (Awb).
In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet investeren in jongeren;
woonlasten:
indien een huurwoning wordt bewoond, de op de
aanvangsdatum van het lopende huurtoeslagtijdvak per
maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de
huurtoeslag;
ontbreken van woonlasten: van het ontbreken van woonlasten is
sprake als men daadwerkelijk geen woonlasten is verschuldigd aan
derden. Men woont dan b.v. in een kraakpand.
woonlasten voldaan door derden: hiervan is sprake als er
woonlasten voldaan moeten worden maar men voldoet deze
woonlasten niet zelf. Deze woonlasten worden voldaan door derden
b.v. de onderhoudsplichtige of de ouders.
indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per
maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van
de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het
in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten per
maand, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan: de kosten
van opstalverzekering, de rioolrechten, het eigenaars aandeel
van de waterschapslasten. Het belastingvoordeel in verband met
de te betalen hypotheekrente wordt in mindering gebracht.
alleenwonende alleenstaande: de
alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning
geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
medebewoner: de alleenstaande,
alleenstaande ouder of gehuwden in wiens woning ook een
ander zijn hoofdverblijf heeft;
thuisinwonend kind: de medebewoner,
die evenals de huurder of de eigenaar van een
woning in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en
die het kind is van de huurder of de
eigenaar dan wel van diens echtgeno(o)t(e);
schoolverlater: zoals beschreven in
artikel 33 van de wet.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van nr 12.17 Verordening Toeslagen en Verlagingen Wet investeren in jongeren