Voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder, in wiens woning geen
ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt de norm van de inkomensvoorziening
verhoogd met een toeslag, die is bepaald op het in
artikel 30 tweede lid van de wet genoemde maximumbedrag, zijnde 20% van
het wettelijk minimumloon.
Hoofdstuk 3
Artikel 3
Alleenwonende alleenstaande
Onderdeel van nr 12.17 Verordening Toeslagen en Verlagingen Wet investeren in jongeren