Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verruimde kwijtschelding

Onderdeel van Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2014

1.. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing, genoemd in hoofdstuk 1 van de tarieventabel behorende bij de Verordening reinigingsheffingen, de onroerende-zaakbelastingen voor het gebruikersdeel en de rioolheffing, voor het bepaalde in artikel 3, lid 1, sub 2, in combinatie met artikel 6, lid 2, van die verordening vindt ten aanzien van kwijtschelding het bepaalde in Hoofdstuk 2, artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 toepassing met dien verstande, dat de kosten van bestaan als bedoeld in artikel 16 van de genoemde uitvoeringsregeling, worden vastgesteld op 100 percent van de genormeerde bijstandsuitkering. 2.. Bij de kwijtschelding van de in het eerste lid genoemde belastingen wordt voor echtgenoten, voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder, die 65 jaar of ouder zijn, het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100 percent van de toepasselijke netto AOW-bedragen, berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 1a van de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen. 3.. Bij de kwijtschelding van de in het eerste lid genoemde belastingen worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 28, lid 3, van de Uitvoeringsregeling als uitgaven mede in aanmerking genomen de netto kosten van kinderopvang. 4.. Ter beoordeling van de aanvraag om kwijtschelding vindt een toets plaats aan de hand van hetgeen bepaald is in artikel 12 van de Uitvoeringsregeling Invorderingwet 1990. 5.. Aan een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent wordt alleen kwijtschelding verleend voor de privébelastingen, dat wil zeggen voor die belastingen die worden geheven voor de woning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel